Kosten die voor subsidie in aanmerking komen moeten direct aan de uitvoering van de activiteiten zoals bedoeld in art. 4 toe te rekenen zijn en voor de duur van de activiteit redelijk en realistisch zijn, waaronder in ieder geval:
Personeelskosten van medewerkers die direct betrokken zijn bij de uitvoering van de activiteiten;
Kosten voor vrijwilligers die bijdragen aan de uitvoering van de preventieactiviteiten;
Kosten voor het bijdragen aan duurzame ketensamenwerking tussen de domeinen onderwijs, zorg & welzijn, werk & inkomen en veiligheid, dan wel tussen de preventiekant en de gezagskant van het programma Preventie met Gezag.