In deze nota wordt verstaan onder:
Algemene reserve
De algemene reserve is in principe vrij inzetbaar. Naast het wettelijk verplicht verrekenen van het jaarresultaat met de algemene reserve vormt deze reserve een buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s. Voor zover de algemene reserve groter is dan nodig voor de normale functie van opvang van fluctuaties en risico’s c.q. tegenvallers, kan deze worden ingezet voor de dekking van investeringen of incidentele lasten. Risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd worden gedekt door de algemene reserve. Er bestaat een directe relatie tussen de risico’s die de gemeente loopt en het minimaal noodzakelijk aan te houden buffervermogen (zie paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen). De algemene reserve kan ingezet worden om incidentele begrotingstekorten op te vangen, waarbij het duurzaam begrotingsevenwicht moet worden gewaarborgd.
Daarnaast is het mogelijk het surplus van de algemene reserve - dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit)- als structureel dekkingsmiddel in te zetten. Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan met ingang van 1 januari 2024 jaarlijks maximaal 10% worden ingezet voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De inzet van het surplus algemene reserve (= vrije reserve) wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld en is daarmee ook een uitzondering dat reservemutaties incidenteel zijn. Het weerstandsvermogen moet naar het oordeel van de toezichthouder voldoende zijn. Dit betekent dat het moet zijn gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie.
Voor de algemene reserve geldt dat er geen wettelijke vereisten zijn aan het minimumniveau.
Bestemmingsreserve
Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Deze reserves mogen alleen besteed worden aan de doelen die daaraan door de gemeenteraad zijn toegekend. De reserve is in de regel van een bepaalde omvang en kan tijdelijk van aard zijn. Wanneer realisatie niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt kan deze worden opgeheven. De gemeenteraad kan de bestemming van een reserve nadien ook weer aanpassen.
Duurzaam begrotingsevenwicht
Een gezonde financiële positie betekent onder meer dat inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht zijn en budgetten reëel (volledig, realistisch en haalbaar) worden begroten. Dit is structureel en reëel begrotingsevenwicht.
Voor het verkrijgen van een structureel gezonde financiële positie hanteren we een tweetal uitgangspunten:
er is sprake van een weerstandscapaciteit die past bij het risicoprofiel. Het verbeteren en onderhouden van de weerstandscapaciteit vindt plaats via het principe dat positieve resultaten bij de jaarstukken en opbrengsten uit verkopen primair worden toegevoegd aan de algemene reserve;
onderhoudsreserves en voorzieningen bieden voldoende dekking voor de toekomstige verplichtingen.
Commissie BBV
Het is wettelijk vastgelegd dat gemeenten, provincies en waterschappen jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moeten opstellen. Voor gemeenten en provincies is de regelgeving hieromtrent vastgelegd in het Besluit begroting en verantwoording (BBV). In het BBV is opgenomen dat er een commissie is met als taak zorg te dragen voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen is het verschil tussen de activa en het vreemd vermogen van de gemeente. Het eigen vermogen van de gemeente op de balans bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en uit het gerealiseerde resultaat van het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het gerealiseerde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen in de balans als onderdeel van het eigen vermogen.
Functies van reserves
Reserves hebben een vijftal functies:
1. Financieringsfunctie:
Reserves kunnen worden ingesteld voor de betaling van investeringen;
2. Bestedingsfunctie:
Reserves kunnen worden ingesteld om te reserveren voor toekomstige (incidentele) uitgaven voor een bepaald doel;
3. Bufferfunctie:
Reserves kunnen worden ingesteld om onvoorziene tegenvallers en exploitatietekorten op te kunnen vangen;
4. Inkomensfunctie:
Reserves kunnen worden ingesteld om structurele lasten te dekken in de programmabegroting (bijv. reserve ter dekking kapitaallasten).
5. Egalisatiereserve
Reserve kan worden ingezet om tarieven over een reeks van jaren gelijkmatig te laten stijgen in plaats van schoksgewijs.
Reserves
De reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij te besteden zijn.
In artikel 43, lid 1 van het BBV worden de reserves onderscheiden naar:
de algemene reserve;
bestemmingsreserves.
Bij de bestemmingsreserves dient onderscheid te worden gemaakt in:
de nog niet geblokkeerde reserves, omdat er nog geen verplichtingen voor aangegaan zijn;
de geblokkeerde reserves, omdat er verplichtingen op rusten voor specifieke doelen of investeringen.
Beide reserves maken geen onderdeel uit van de het weerstandsvermogen.
Stille reserves
Daarnaast zijn er nog de zogenaamde stille reserves. Deze stille reserves zijn niet zichtbaar op de balans. Stille reserves vertegenwoordigen het verschil in de waarde van bezittingen in het economisch verkeer en de waarde waarvoor deze bezittingen op de balans moeten worden opgenomen. De verslaggevingsvoorschriften schrijven namelijk voor dat alleen waardering tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs of (duurzaam) lagere marktwaarde is toegestaan. Het is niet toegestaan activa te herwaarderen naar waarde in het economisch verkeer.
Stille reserves kunnen daardoor pas ingezet worden indien de betreffende bezitting wordt verkocht. In het BBV is bepaald dat activa waarvan de bestemming verandert, de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans wordt opgenomen. Op dat moment wordt de stille reserve zichtbaar.
Taakveld 0.10
Op dit taakveld worden alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves geboekt. Op dit taakveld mag alleen worden geboekt op de economische categorie ‘mutatie reserves’. Dit taakveld verduidelijkt het inzicht in de mutatie van de reserves die via de resultaatsbestemming naar de betreffende reserves (is een balansboeking) worden geboekt.
Vreemd vermogen
Het vreemd vermogen bestaat uit het totaal aan derden verschuldigde bedragen (o.a. leningen) en de voorzieningen, te betalen bedragen aan crediteuren etc.
Voorzieningen
Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (verplichtingen) van de gemeente. Dit betekent dat in tegenstelling tot reserves de vorming, voeding en aanwending van voorzieningen niet vrij is. Tegenover voorzieningen staan namelijk verplichtingen. In het BBV is specifiek aangegeven in welke gevallen een voorziening moet worden gevormd. De gemeenteraad heeft dan ook veel minder beleidsmatige bewegingsvrijheid bij voorzieningen dan bij reserves.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Begripsbepaling
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen gemeente Kampen