De familiewoning moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
Maximaal één familiewoning bij een bestaande woning;
De familiewoning wordt gebruikt ten behoeve van de huisvesting van één huishouden;
Er is sprake van een familiaire relatie in de eerste graad tussen de bewoner(s) van de hoofdwoning en de toekomstige bewoner(s) van de familiewoning;
Het bouwen, in stand houden en gebruiken van de familiewoning dient te voldoen aan de volgende eisen:
Gelegen binnen de bebouwde kom;
op de grond staand;
gelegen in het bebouwingsgebied.
voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan:
5 m;
0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en
het hoofdgebouw;
voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3;
op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;
de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag;
niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;
de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan:
bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied;
bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en
bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van 100 m².
uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw, anders dan:
een woonwagen;
een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of
een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden;
het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting van familieleden als het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit op die locatie in het hoofdgebouw wonen toelaat;
Parkeren moet op eigen terrein worden opgelost;
Voor realisatie van een familiewoning bij een woning die is aangemerkt als rijksmonument is een erfinrichtingsplan verplicht en is een positief advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed noodzakelijk;
De familiewoning dient te voldoen aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).