Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.

Artikel 3.1.1.

Kwalificatie drugshandel

Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Rijswijk 2026

In deze beleidsregel wordt onder “drugshandel” verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking van drugs dan wel de aanwezigheid van drugs daartoe, een en ander zoals bedoeld in artikel 13b, eerste lid, onder a van de Opiumwet. Vaste rechtspraak van de Afdeling is dat aangenomen mag worden dat een meer dan geringe hoeveelheid drugs niet, althans niet uitsluitend, voor eigen gebruik door een persoon bestemd is, maar deels of geheel voor verkoop, aflevering of verstrekking aan derden. De hoeveelheid van de in een woning of lokaal aanwezige drugs kan dan ook indiceren dat deze voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn en dus dat artikel 13b, eerste lid, onder a van de Opiumwet van toepassing is. Om te beoordelen of de hoeveelheid erop wijst dat de drugs voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn, kan in redelijkheid worden aangesloten bij de door het Openbaar Ministerie toegepaste criteria in de “Aanwijzing Opiumwet”, waarbij een hoeveelheid harddrugs van maximaal 0,5 gram, maximaal 5 ml (GHB) en een hoeveelheid softdrugs van maximaal 5 gram als hoeveelheden voor eigen gebruik worden aangemerkt. Bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs in een woning of lokaal die groter is dan een hoeveelheid voor eigen gebruik, is in beginsel aannemelijk dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Het ligt in dat geval op de weg van de betrokkene het tegendeel aannemelijk te maken. Als het om een geringe overschrijding van de grens van de gebruikershoeveelheid gaat en de betrokkene feiten en omstandigheden noemt die erop duiden dat het om een hoeveelheid voor eigen gebruik gaat, is er in beginsel geen overtreding en dus geen bevoegdheid om handhavend op te treden. Deze situatie doet zich voor als de betrokkene een helder, consistent en overtuigend betoog heeft waarom hier sprake is van eigen gebruik en er geen andere voorwerpen in de woning zijn aangetroffen die wijzen op drugshandel en niet is gebleken van andere relevante feiten en omstandigheden die daarop wijzen. Indien het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt, is de burgemeester op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a van de Opiumwet, bevoegd om ten aanzien van het pand een last onder bestuursdwang (lees: sluitingsmaatregel) op te leggen7O.a. ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2362; ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:738.. Het voorgaande geldt ook als een in werking zijnde hennepkwekerij of een in werking zijnd drugslaboratorium wordt aangetroffen. Lachgas Op 28 augustus 2023 is de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet gepubliceerd in de Staatscourant, waarin ten aanzien van lachgas is bepaald dat er bij 1 ampul/1 ballon sprake is van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik. In de Nota van Toelichting bij het Lachgasbesluit wordt een norm voor legaal thuisgebruik – zoals door hobbykoks – aangehouden van maximaal 10 ampullen/ballonnen9Stb. 2022-461, p. 14.. In deze beleidsregel wordt uitgegaan van de laatstgenoemde “gedoogde” gebruikersgrens. Lijst IA Op 1 juli 2025 is lijst IA aan de Opiumwet toegevoegd. Ten tijde van het opstellen van deze beleidsregel is nog niet duidelijk wanneer er in het geval van lijst IA sprake is van een gebruikers- dan wel handelshoeveelheid. In deze beleidsregel wordt voor wat betreft lijst IA aangesloten bij de gebruikers- en handelshoeveelheden die gelden voor harddrugs. Waar in deze beleidsregel gesproken wordt over harddrugs, wordt tevens een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan verstaan. Wanneer duidelijk is welke gebruikers- en handelshoeveelheden passen bij een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, wordt vanaf dat moment aangesloten bij deze gebruikers- of handelshoeveelheid en niet langer bij de gebruikers- of handelshoeveelheid die geldt voor harddrugs.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel