Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Organisatiestatuut van de gemeente Noordwijk 2023

In dit besluit wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders; directie: de eindverantwoordelijke leiding van de ambtelijke organisatie, bestaande uit de gemeentesecretaris/algemeen directeur (hierna: gemeentesecretaris) en de directeur; directieteam: de concerncontroller, strategisch partners, organisatieadviseur en directiesecretaris/beleidscontroller; griffie: het orgaan dat ambtelijke ondersteuning biedt aan de gemeenteraad en de door de raad ingestelde raadscommissies; management: de gemeentesecretaris, directeur, concerncontroller en clustermanagers integraal management: een managementconcept dat is gebaseerd op het uitgangspunt dat de manager, binnen vastgestelde kaders, verantwoordelijk is voor het realiseren van de door het bestuur en de directie gestelde doelen met de ter beschikking gestelde mensen en middelen; middelen: personeel, informatisering, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting (PIJOFACH), alsmede communicatie en juridische zaken; netwerkorganisatiemodel: een organisatie waarbij gewerkt wordt vanuit functionele eenheden om wendbaarheid en integraliteit te bevorderen, om zich zo steeds te kunnen aanpassen aan de opgaven en vragen waarvoor ze gesteld staat. Waarin samengewerkt wordt in teams, tussen teams en met bestuur en de samenleving. organisatie: het totale ambtelijke apparaat dat ten dienste staat van het gemeentebestuur, met uitzondering van de griffie; opgaveteam: tijdelijke organisatievorm, gebaseerd op een (maatschappelijke) opgave (geaccodeerd door de directie) en de daarvoor beschikbaar gestelde middelen (personele capaciteit, budget), die wordt ingezet naast bestaande organisatievormen; planning en control: het plannen van het uit te voeren gemeentelijk beleid in de vorm van maatschappelijke effecten, doelen, prestaties en de daarvoor beschikbare middelen (planning), de (voortgang)rapportage(s) daarover en de benodigde bijsturing, en uiteindelijk de sturing op, de beheersing van en de verantwoording over de middeleninzet in relatie tot de te behalen dan wel de behaalde resultaten (control); project: opdracht, gericht op de realisatie van een specifiek, meetbaar, geaccepteerd, realistisch en tijdgebonden omschreven resultaat, met beschikbaar stelling van de daarvoor benodigde middelen (personele capaciteit, budget); programma (niet zijnde in het kader van de programmabegroting): thematische beleidsopdracht op meerdere, onderling samenhangende beleidsterreinen, waarbij de onderlinge coördinatie en afstemming van doorslaggevend belang is voor een adequate beleidsrealisatie; programmabegroting: begroting gebaseerd op het Besluit begroting en verantwoording, die is opgebouwd uit verschillende beleidsthema’s, die elk weer bestaan uit onderling samenhangende beleidsvelden; project- en programmamanagement (niet zijnde in het kader van de programmabegroting): sturing geven aan een (complex en bestuurlijk zwaarwegend) beleidsprogramma of -project; team/cluster: een organisatie-eenheid, die als team als geheel een eigen verantwoordingsplicht aan de directie heeft.

Rechtspraak bij dit artikel