4.1 Afstemmen op houding en gedrag
**1..** Het college kan de uitkering verlagen als een persoon zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt.
**2..** Het college kijkt hierbij naar:
Hoe ernstig het gedrag is.
Of de persoon de situatie had kunnen voorkomen (verwijtbaarheid).
De persoonlijke omstandigheden.
**3..** Voordat de uitkering wordt verlaagd, krijgt de persoon de kans om te reageren.
**4..** Een persoon kan schriftelijk of telefonisch reageren.
**5..** Het college legt de reactie schriftelijk vast.
**6..** Er zijn uitzonderingen, waarbij het college niet hoeft te wachten op een reactie. Dit geldt:
Als het een spoedsituatie is.
Als er na een eerdere reactie geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn bij gekomen.
Als de ernst van het gedrag al duidelijk is én als duidelijk is of de persoon er iets aan had kunnen doen.
Als de uitkering wordt verlaagd vanwege zeer ernstige misdragingen. (Zie artikel 7.2 van deze verordening.)
4.2 Geen verlaging
**1..** Het college verlaagt de uitkering niet als:
blijkt dat de persoon er niets aan kan doen (niet verwijtbaar is) óf
het gedrag meer dan een jaar geleden plaatsvond óf
er belangrijke redenen zijn om de uitkering niet te verlagen.
**2..** Het college stuurt dan een officieel besluit (beschikking), waarin staat dat de uitkering niet wordt verlaagd.
4.3 Het besluit om de uitkering te verlagen
Als het college besluit om de uitkering te verlagen, ontvangt de persoon een officieel besluit (beschikking). Hierin staat in ieder geval:
de reden van de verlaging
de hoogte van de verlaging
wanneer de verlaging ingaat
hoelang de uitkering verlaagd blijft
de reden om af te wijken van de standaardverlaging als dat van toepassing is
4.4 Ingangsdatum en periode van de verlaging
**1..** Een verlaging gaat in op de eerste dag van de maand nadat het besluit is genomen.
**2..** De verlaging duurt minimaal 1 maand.
**3..** Het college kan de uitkering met terugwerkende kracht verlagen als:
de uitkering - inclusief bijzondere bijstand - nog niet is uitbetaald.
de ingangsdatum van de verlaging niet vóór de datum komt te liggen waarop de gedraging plaatsvond.
**4..** Het kan gebeuren dat verlaging van de uitkering niet mogelijk is, omdat de uitkering is gestopt of ingetrokken. Als de persoon binnen een jaar opnieuw een uitkering krijgt, verlaagt het college de uitkering op dat moment.
**5..** Bij bijzondere bijstand kan een verlaging direct in gaan.
**6..** Bij zelfstandigen die via het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) een uitkering krijgen in de vorm van een lening, verlaagt het college de uitkering pas als het definitieve bedrag van de uitkering wordt vastgesteld.
4.5 Berekening verlaging
**1..** De verlaging is een percentage van de bijstandsnorm die op dat moment van toepassing is, inclusief bijzondere bijstand.
**2..** Het bedrag wordt berekend over de maanden waarin de verlaging geldt.
**3..** Als het gedrag te maken heeft met het recht op bijzondere bijstand, wordt de verlaging daarop berekend.
4.6 Samenloop van gedragingen
**1..** Als een persoon met één gedraging meerdere regels uit dit artikel of een standaardverplichting (geüniformeerde verplichting, zoals bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet) overtreedt, dan wordt de uitkering maar één keer verlaagd.
**2..** Hoe hoog de verlaging is en hoelang die duurt, hangt af van de verplichting waarvoor de strengste verlaging geldt.
**3..** Als een persoon meerdere gedragingen laat zien, waarbij hij/zij elke keer een verplichting uit dit artikel of van artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet overtreedt, dan wordt de uitkering voor elke gedraging apart verlaagd.
**4..** Het college past de verlagingen van de uitkering tegelijk toe, tenzij dit niet verantwoord is vanwege de ernst van de gedragingen, de mate waarin de persoon er iets aan kan doen en/of de persoonlijke situatie van de betrokken persoon.
**5.** Als een persoon met één gedraging een verplichting uit dit artikel, een standaardverplichting (geüniformeerde verplichting, zoals bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet) én de inlichtingenplicht (artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet) overtreedt, dan verlaagt het college de uitkering niet. In plaats daarvan legt het college een bestuurlijke boete op.
**6..** Als een persoon met meerdere gedragingen verschillende verplichtingen uit dit artikel of artikel 18, vierde lid, of artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet overtreedt, dan verlaagt het college de uitkering voor elke gedraging apart. Als dit niet verantwoord is vanwege de ernst van de gedraging, de mate waarin de persoon er iets aan kan doen of de persoonlijke situatie van de betrokken persoon, dan houdt het college hier rekening mee bij het vaststellen van de verlagingen.
4.7 Recidive
**1..** Als een persoon binnen 24 maanden na een besluit om de uitkering te verlagen opnieuw hetzelfde verwijtbare gedrag laat zien, duurt de oorspronkelijke verlaging twee keer zolang.
**2..** Als een persoon binnen 24 maanden na een recidivebesluit opnieuw hetzelfde verwijtbare gedrag laat zien, bepaalt het college speciaal voor die persoon met welk bedrag de uitkering wordt verlaagd en hoelang die verlaging duurt.
**3..** Als een persoon binnen twaalf maanden na het besluit om de uitkering te verlagen vanwege een overtreding van de standaard arbeidsverplichtingen (geüniformeerde arbeidsverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet) opnieuw eenzelfde overtreding maakt, wordt de bijstandsnorm met 100% verlaagd. Dit duurt twee maanden.
**4..** Het besluit om af te zien van een verlaging om dringende redenen (zoals beschreven in artikel 4.2, tweede lid van dit hoofdstuk) wordt gelijkgesteld aan een besluit om een uitkering te verlagen.