Om te kunnen beoordelen of een Wmo-voorziening nodig is heeft de Centrale Raad van Beroep een stappenplan gemaakt (ECLI:NL:CRVB:2018:819). Daaruit blijkt dat de gemeente voldoende kennis moet verkrijgen over de voor het nemen van een besluit van belang zijnde feiten en af te wegen belangen. Deze verplichting volgt uit art. 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de artikelen 2.3.2 en 2.3.5 van de Wmo 2015.
Wat moet de gemeente doen?
Stap 1: De gemeente stelt vast wat de hulpvraag van de cliënt is.
Stap 2: De gemeente onderzoekt welke problemen de cliënt ondervindt bij de zelfredzaamheid en participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving.
Stap 3: De gemeente bepaalt welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te kunnen leveren aan de zelfredzaamheid of participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving.
Stap 4: De gemeente onderzoekt of en in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorziening, de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden aan de cliënt.
Stap 5: De gemeente bepaald of er ondersteuning ogv de Wmo noodzakelijk is.
Pas als het stappenplan doorlopen is en de problemen van de cliënt in kaart zijn gebracht kan de gemeente bepalen welke ondersteuning nodig is. Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient de gemeente een maatwerkvoorziening te verstrekken.
Voor iedere stap geldt dat de gemeente de deskundigheid inzet die nodig is om de stap goed af te kunnen ronden. Als er bijzondere deskundigheid nodig is, dan moet de gemeente die inhuren
Tijdens het huisbezoek wordt een open verkennend vraagverhelderinggesprek gevoerd met het bovenstaande stappenplan als leidraad. De onderstaande thema’s die aan bod komen worden vastgelegd in het ‘Plan’: manier van (samen)leven Gezondheid, Gezondheid van gezinsleden, Sociale contacten, invulling van de dag, Wonen in de Wijk, Verplaatsen, Veiligheid, Administratie en geldzaken, Hulpverlening en voorzieningen.
Daarnaast worden de persoonskenmerken van de cliënt bekeken: om wat voor soort cliënt gaat het? Relevante persoonskenmerken kunnen, afhankelijk van de belemmeringen die de persoon aandraagt, bijvoorbeeld zijn:
de leeftijd;
de gezondheidssituatie;
de mate waarin een persoon actief is geweest voordat hij geconfronteerd werd met zijn beperkingen;
de zelfstandigheid en leerbaarheid van de cliënt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3.
Artikel 2.3.1
Stappenplan Centrale Raad van Beroep (CRvB) 2018
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Culemborg 2026