Het huis dient zodanig schoon en leefbaar te zijn dat geen vervuiling plaatsvindt en zo een algemeen aanvaardbaar basisniveau van een schoon en leefbaar huis wordt gerealiseerd. Hygiënische normen voor een schoon en leefbaar huis omvatten: (1) basis hygiëne: de woning moet vrij zijn van vuil en afval dat gezondheidsrisico's kan veroorzaken, (2) functionele ruimtes: alle kamers moeten bruikbaar en toegankelijk zijn, zonder obstakels die vallen of verwondingen kunnen veroorzaken, (3) ventilatie: goede ventilatie om vocht en schimmelvorming te voorkomen. (zie ook werkafspraken boek HO 2025-2027)
Niet alle woonruimten hoeven wekelijks schoongemaakt te worden. Per huishouden worden de volgende ruimtes structureel schoongemaakt:
De huiskamer;
De als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimte(s);
De sanitaire ruimte(s) (max. 1 badkamer en 2 toiletten) waarbij de badkamer en toilet in goede staat en schoon moeten zijn, zonder schimmel of andere verontreinigingen;
De keuken waarbij de keuken schoon moet zijn, met schone oppervlakken en apparatuur om voedselveiligheid te waarborgen;
De hal met trap als deze aanwezig is.
Overige en niet in gebruik zijnde ruimte(s) worden niet of incidenteel schoongemaakt. Onder niet frequente ruimtes vallen o.a. een hobby- of logeerkamer.
De aanwezigheid van dieren of een druk interieur van het huis is geen reden om in het normenkader een hogere intensiteit voor ondersteuning toe te kennen.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1.
Artikel 5.1.1.1
Maatstaf schoon en leefbaar
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Culemborg 2026