Het kan voorkomen dat de budgethouder zelf niet pgb-vaardig en ondersteuning vanuit het sociaal netwerk of een vertegenwoordiger wordt ingeschakeld. Dat is een persoon of rechtspersoon die een inwoner vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen (art. 1.1.1, eerste lid, van de wet). Bij een vertegenwoordiger kan het gaan om een persoon die door de budgethouder gemachtigd is of een wettelijke vertegenwoordiger die is aangesteld door de rechtbank (bewindvoerder, curator of mentor). Het college moet dan vaststellen of de vertegenwoordiger pgb-vaardig is.
Wettelijk vertegenwoordiger
Met de aanstelling van een bewindvoerder is een risico dat het pgb niet besteed zal worden aan de daarvoor bestemde doelen voldoende ondervangen (RBGEL:2019:4940). Het spreekt voor zich dat het college niet bevoegd is een oordeel te geven of de bewindvoerder de taken uit hoofde van de bewindvoering op juiste wijze uitvoert. Dat geldt ook voor de taken van een curator of mentor. Het college stelt wel vast of de (andere) taken die aan het pgb zijn verbonden op juiste wijze uitgevoerd zullen worden. Denk met name aan het aansturen en aanspreken van de ondersteuner en het evalueren van de geboden ondersteuning.
Vertegenwoordiger (machtiging)
Voorbeelden van personen die de budgethouder kan machtigen zijn: de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de inwoner, de ouder, kind, broer of zus (art. 1.1.1, tweede lid, van de wet). Zonder volmacht kunnen de hiervoor genoemde personen niet als vertegenwoordiger optreden als de inwoner dat niet wenst. De vertegenwoordiger zal aanwezig (moeten) zijn bij het gesprek waarin de voorwaarden worden beoordeeld. Het college gaat na of er een machtiging is.
Het is niet toegestaan dat degene die de ondersteuning vanuit het pgb biedt, ook als vertegenwoordiger het pgb beheert of vanuit het sociaal netwerk betrokken is bij het beheren van het pgb. In dat geval weigert het college het pgb omdat de aan het pgb verbonden taken niet op verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. Er kan dan niet worden vastgesteld dat de beheerstaken met voldoende afstand en kritisch kunnen worden vervuld (CRVB:2019:3761). Het kan ook gaan om een vertegenwoordiger die verbonden is aan de ondersteuner en het met voldoende afstand en kritisch vervullen van de beheerstaken zodanig kan beïnvloeden, dat geen sprake meer is van een verantwoorde uitvoering van die taken (CRVB:2019:2803). Het gaat bijvoorbeeld om een medewerker die bij deze ondersteuner in dienst is, de partner van de ondersteuner of er op een andere manier zakelijke verwevenheid bestaat tussen de inwoner en de vertegenwoordiger.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.2.
Artikel 7.2.2.4
Hulp bij pgb-vaardigheid
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Culemborg 2026