Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.5

Financiële bijdragen

Onderdeel van Nota Kostenverhaal en Financiële Bijdragen gemeente Stein

De regeling voor financiële bijdragen geeft de mogelijkheid om voor zaken die niet via de kostenverhaalsregeling verhaald kunnen worden, toch een financiële bijdrage te kunnen ontvangen. De belangrijkste verschillen tussen kostenverhaal en financiële bijdragen zijn: Bij het kostenverhaal zijn de PTP-criteria van toepassing. Als er geen sprake is van toerekenbaarheid (causaal verband), dan is geen kostenverhaal mogelijk althans in de publiekrechtelijke route van kostenverhaal niet. Bij de financiële bijdrage geldt dit criterium niet. Wanneer er geen sprake is van toerekenbaarheid van bepaalde investeringen, maar deze wel profijt kunnen opleveren voor een gebiedsontwikkeling kan een deel van die investeringen anterieur in rekening worden gebracht als financiële bijdrage. Voor de publiekrechtelijke route zijn de investeringen beperkt tot de categorieën, die verderop worden beschreven. Het tweede verschil is dat het plegen van kostenverhaal als gemeente verplicht is. Het in rekening brengen van financiële bijdragen is dat niet. Dit is facultatief. De gemeente kan er dus voor kiezen dit te doen, waar die keuze er bij het plegen van kostenverhaal (privaatrechtelijk dan wel publiekrechtelijk) niet is. Indien bepaalde investeringen via het kostenverhaal in rekening moeten worden gebracht, is het niet mogelijk het niet-toerekenbare deel van die investering dan als financiële bijdrage in rekening te brengen. Het is óf kostenverhaal óf een financiële bijdrage. Uitgangspunt is dat de gemeente gebruik maakt van de regeling voor financiële bijdragen. Getracht zal worden privaatrechtelijk overeenstemming te bereiken. Slaagt dat niet dan wordt, voor zover mogelijk, in het omgevingsplan een regel opgenomen over een afdwingbare financiële bijdrage. Een aantal voorwaarden die van belang zijn voor deze bijdragen zijn: Het moet gaan om een bijdrage en niet om een algehele bekostiging. Ook gemeentelijke grondexploitaties moeten evenredig worden belast met deze bijdrage. Dat betekent dat deze bijdragen bij het afsluiten van de grondexploitatie in de betreffende reserve moet worden gestort. De toelichting van het omgevingsplan moet aangeven dat er een functionele samenhang is tussen de categorieën waarvoor de gemeente een afdwingbare regel opneemt en de bouwlocaties die ermee worden belast. De PTP-criteria gelden niet maar het begrip ‘samenhang’ kan wel worden geduid als profijt. De regeling gaat uit van een redelijke bijdrage. Dat is juridisch niet per se hetzelfde als een proportionele bijdrage. De regeling van de Omgevingswet bepaalt dat voor een zestal categorieën in het omgevingsplan een afdwingbare regel kan worden opgenomen. Alleen voor deze categorieën ontwikkelingen kan in het omgevingsplan een financiële bijdrage worden gevraagd. De zes categorieën die ook zijn opgesomd in bijlage 4 zijn: Aanpassing van de inrichting van het landelijk gebied voor verbetering van de landschappelijke waarden Aanleg of verandering van aangewezen gebieden voor de bescherming van de natuur. Of voor het herstel van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen Aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbaarvervoernetwerken van gemeentelijk of regionaal belang Aanleg van recreatievoorzieningen die onderdeel zijn van de gemeentelijke of regionale groenstructuur Ontwikkelingen om een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad te bereiken Stedelijke herstructurering In het privaatrechtelijke spoor zijn naast de zes genoemde categorieën van het publiekrechtelijke spoor nog een aantal aanvullende categorieën toepasbaar. Er kunnen ook bijdragen worden verlangd voor ontwikkelingen die in bijlage 5 zijn beschreven. Verder zijn de kostenvragers niet aangewezen. Gelet hierop zijn de mogelijkheden voor het verhaal van financiële bijdragen aan ontwikkelingen van een gebied privaatrechtelijk ruimer dan publiekrechtelijk. Daarbij kan gedacht worden aan sport, culturele voorzieningen, duurzaamheid en overige investeringen in de openbare ruimte. Dit kan dus ook relevant zijn voor maatschappelijke voorzieningen, of voor gevallen waarin infrastructurele ingrepen nodig zijn, die weliswaar op de kostensoortenlijst van de kostenverhaalsregeling staan, maar geen causaal verband met ontwikkellocaties hebben en daar toch profijt voor opleveren en daar dus om die reden een samenhang mee hebben. De elementen waarvoor de gemeente privaatrechtelijk of publiekrechtelijk een financiële bijdrage kan verkrijgen worden hierna ook wel kostenvragers genoemd. Een belangrijk aandachtspunt is dat de publiekrechtelijke toepassing minder mogelijkheden kent dan de privaatrechtelijke toepassing. Hoe deze regeling verder werkt is opgenomen in bijlage 1. Om via de publiekrechtelijke route financiële bijdragen te kunnen verkrijgen moet de functionele samenhang tussen de kostendragers en de kostenvragers worden onderbouwd in het omgevingsplan. Voor de privaatrechtelijke toepassing geldt dat de samenhang tussen kostenvragers en kostendragers moet worden onderbouwd in een omgevingsvisie of programma. Er worden financiële bijdragen in rekening gebracht voor de volgende categorieën:

Rechtspraak bij dit artikel