Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1.

Artikel 6. Hoogte persoonsgebonden budget (PGB)

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Culemborg 2026

1.. De hoogte van een PGB-tarief voor dienstverlening wordt bepaald op basis van de dienstverlening die anders als zorg in natura zou zijn geleverd. Hierin onderscheidt het college de volgende onderverdeling: Als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een aanbieder betreft het tarief per uur of per resultaat maximaal 100% van ten hoogste de kostprijs van de ondersteuning die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de ondersteuning in natura zou zijn verstrekt. Als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een zzp’er betreft het tarief per uur of per resultaat maximaal 100% van het laagste tarief per uur of per resultaat van een door de gemeente gecontracteerde instelling die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt; Als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk dan bedraagt het uurtarief: Voor hulp bij het huishouden bedraagt het informeel tarief €17,75 per uur. Dit is het minimumloon, inclusief vakantietoeslagen en verlofuren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd. Voor begeleiding individueel en dagbesteding bedraagt het informeel tarief € 17,75,- per uur. Dit is het minimumloon, inclusief vakantietoeslagen en verlofuren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd. In geval sprake is van een arbeidsovereenkomst, waarbij werkgeverslasten afgedragen moeten worden, wordt het pgb verhoogd met deze werkgeverslasten. Hierbij gaat het college uit van het hoge tarief. Beide tarieven worden (mede) gepubliceerd op de website van de SVB.

Rechtspraak bij dit artikel