Artikel 19 lid 5 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 bouwt rechtstreeks voort op het eerdergenoemde artikel 2.3.10 Wmo 2015. Als een toekenning op basis van lid 1, onder a, wordt ingetrokken en die intrekking vindt plaats met terugwerkende kracht, is het gevolg dat het recht ook met terugwerkende kracht vervalt. Wat in de tussentijd is verstrekt is dan in principe ten onrechte verstrekt. Daarom is in lid 1 van dit artikel 2.4.1 bepaald, dat we de geldswaarde van hetgeen tussentijds is verstrekt kunt terugvorderen van de inwoner, maar ook degene die daaraan heeft meegewerkt.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2.
Artikel 20. Terug- en invordering
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Culemborg 2026