Naar hoofdinhoud
4.1. Het huishouden kan een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college via het daarvoor beschikbaar gestelde formulier. 4.2. Het college beoordeelt of de aanvrager alleenverdiener is. 4.3. Het college beoordeelt of het huishouden (of het voormalige gezinslid van het huishouden) op de datum van aanvraag zijn woonplaats heeft in de gemeente Laarbeek is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen. 4.4. Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale - en toeslagpartners mee. 4.5. Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente volledige maand van het jaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen. 4.6. Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen. 4.7. Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd om het inkomen te bepalen 4.8. De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december van het daaropvolgende kalenderjaar aangevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel