**1..** De commissie bestaande uit de dorpsbouwmeester (voorzitter) en bij specifieke initiatieven aangevuld met één of meerdere commissieleden op monumenten- en landschapsdeskundigheid, bepaalt zelf haar werkwijze met inachtneming van de bepalingen in de verordening en het reglement.
**2..** De commissie kan zich bij haar advisering, in overleg met de secretaris, daarnaast laten bijstaan door extra adviseurs van verschillende disciplines. Deze betreffen onder andere ecologie, cultuur en bouwhistorie, landschapsarchitectuur, landgoederen of beeldende kunst. Afhankelijk van het te beoordelen initiatief, nemen deze extra adviseurs deel aan de vergadering.
**3..** Extra adviseurs hebben geen stemrecht, tenzij zij als commissielid zijn benoemd door het college.
**4..** De commissie baseert haar advies op het geldende gemeentelijk beleid en de criteria die zijn vastgelegd in onder andere het omgevingsplan en andere beleidsdocumenten, zoals de welstandsnota, beeldkwaliteitsplannen en toekomstige beleidskaders met betrekking tot het omgevingsplan.
**5..** Adviezen voor aanwijzing van een monument, zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b van de verordening, worden schriftelijk en gemotiveerd uitgebracht op basis van bijvoorbeeld locatiebezoek, aangeleverde feiten, bouwhistorisch onderzoek met waarde-stellingen en verstrekte zakelijke en technische gegevens.
**6..** De commissie heeft als taak om het college te adviseren en is bevoegd om ten behoeve van de omgevingskwaliteit van de gemeente, haar inzichten en eventuele voorstellen hierover met het college te delen, zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, onder c van de verordening. Dit geldt ook voor advisering over de ontwikkeling van (nieuw) beleid, de omgevingsvisie, het omgevingsplan, beeldkwaliteitsplannen en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit.
Artikel 3.
Werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2 van de verordening
Onderdeel van Reglement van orde voor de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Voerendaal