Bij de totstandkoming van de U&H-strategie milieu hebben de gemeenten en provincie als uitgangspunt gesteld dat wijzigingen in de strategie niet dienen te leiden tot verhoging of verlaging van de kosten. Daarbij wordt als referentiejaar de begroting 2025 gehanteerd. Bij het opstellen van de U&H-strategie milieu is daarom als financieel kader aangehouden dat er, uitsluitend als gevolg van de inhoudelijke keuzes in dit meerjarenbeleidsplan, per saldo geen financiële effecten zijn voor de regio als geheel. Gezien het uitgangspunt van een ‘budgetneutrale benadering’ vindt vernieuwing van strategie derhalve plaats door inhoudelijke keuzes.
De feitelijke doorvertaling van de strategie naar de benodigde uren vindt nog plaats in het jaarprogramma. Vooruitlopend daarop is het uitgangspunt dat de gevraagde extra inzet voor werkzaamheden van OD Drenthe in balans is met de beperktere inzet voor andere werkzaamheden. In onderstaande tabel zijn deze verschuivingen in beeld gebracht.
Verwachte extra inzet door U&H-strategie Verwachte afname van inzet door U&H-strategie
• Meer betrokkenheid bij vooroverleg en voorlichting bij meldingen en aanvragen voor nieuw gemelde of vergunde activiteiten.
• Meer aandacht bij de inhoudelijke beoordeling van meldingen en (vergunning)aanvragen van vergunningverleners en specialisten bij activiteiten met een hoog milieurisico.
• Meer intrekkingen van niet-gebruikte vergunningen.
• Meer controles en intensievere betrokkenheid van specialisten bij toezicht op activiteiten (locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen, bodem en energie) met een hoog milieurisico.
• Constatering van meer en ernstigere overtredingen en daardoor meer intensieve handhavingszaken door het toezicht gericht op risicovolle situaties in te richten.
• Meer beoordelingen van bodemonderzoeken bij ruimtelijke ontwikkelingen.
• Meer informatiegestuurd werken/gebruik van data-analyses voor opsporing overtredingssituaties.
• Meer preventief toezicht in het vrije veld en gevelcontroles naar illegale (locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen en bodem) activiteiten. • Minder constatering van overtredingen en minder intensieve handhavingszaken bij controles van meldingen en aanvragen bij nieuw gemelde of verunde activiteiten.
• Minder aandacht bij de inhoudelijke beoordeling van meldingen en (vergunning)aanvragen van vergunningverleners en specialisten bij activiteiten met een laag milieurisico.
• Minder controles en beperktere betrokkenheid van specialisten bij toezicht op activiteiten (locaties met milieuactiviteiten, zorgwekkende stoffen, bodem en energie) met een laag milieurisico en/of bij activiteiten bij goede nalevers.
• Minder inzet voor klachten over milieubelastende activiteiten door particulieren én niet urgente milieuklachten (klachten zonder acuut gevaar).
Figuur 1. Voornaamste wijzigingen in verwachte inzet als gevolg van voorliggende U&H-strategie. Verschuivingen van inzet door bijv. wetswijziging of economische ontwikkelingen zijn hierbij buiten beschouwing gelaten.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3
Budgetneutraliteit als uitgangspunt
Onderdeel van U&H strategie Milieu Drenthe 2026-2029