Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.2

Risico’s

Onderdeel van U&H strategie Milieu Drenthe 2026-2029

In deze paragraaf worden de voornaamste risico’s van bodemactiviteiten beschreven. De Omgevingswet verplicht niet hoe intensief de inhoudelijk beoordeling van meldingen en rapportages én het bodemtoezicht dient plaats te vinden. Wettelijk gezien is het dus mogelijk dat de beoordeling en het toezicht beperkt blijft tot het administratief beoordelen van het evaluatierapport en/of nazorgplan na afloop van het werk. Dit minimaal uitvoeringsniveau leidt tot een groot aantal risico’s die vaak onomkeerbaar zijn. Een landelijk overzicht van de risico’s in de bodemketen, onderscheiden naar bodemonderzoek, saneren, vrij grondverzet, partijkeuring, behandelen, toepassen, storten en transport is in 2019 uitgewerkt. De Omgevingswet is een nieuw wettelijk kader, waardoor initiatiefnemers van activiteiten te maken krijgen met bestaande, nieuwe en gewijzigde eisen. Met de informatieplicht voor diverse bodemactiviteiten ontvangt OD Drenthe voor de beoordeling nog maar een beperkt aantal gegevens. Sommige gegevens hoeven niet van tevoren gemeld of verstrekt te worden bij het bevoegd gezag, maar alleen tijdens de uitvoering aanwezig te zijn. Dit betekent dat OD Drenthe laat geïnformeerd wordt, minder informatie krijgt, medewerkers weinig tijd hebben om te reageren en zij vaak pas in het veld beschikken over informatie die nodig is om efficiënt te controleren. De nieuwe wetgeving is zowel voor initiatiefnemers, uitvoerders en OD Drenthe-medewerkers een grote opgave. OD Drenthe verwacht dat veel bodemwerkzaamheden onterecht niet worden gemeld, met kans op groei van illegaliteit en milieurisico. Risico’s zijn door het (mogelijk bewust) niet melden hoger dan bij gemelde werkzaamheden. Er is veel milieuwinst te halen door het vrije veld toezicht goed en effectief in te regelen. Dit ook om het meldgedrag te verbeteren, zodat op voorhand zaken aangepast of verbeterd kunnen worden. Daar komt bij dat het toezicht alleen is uit te voeren tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, omdat dan zaken visueel te contoleren zijn. Het toezicht is niet planbaar of uit te stellen (het is nu of nooit). Administratieve controle achteraf is vaak tijdrovend en weinig effectief, omdat de toezichthouder moet uitgaan van onvolledige gegevens en/of aannames. Indien geen bodemonderzoek wordt aangeleverd bij bouwactiviteiten, ontstaat het risico dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond. Indien een bodemonderzoek verplicht is, dient OD Drenthe deze te beoordelen. Bij een analyse (2024) bleek dat bij veel van de onderzochte vergunningen voor de bouw van een of meerdere woningen op een bodemgevoelige locatie, geen bodemonderzoek aan OD Drenthe is voorgelegd, hoewel die wel bij de aanvraag waren ingediend of ingediend hadden moeten worden. Los van de problemen die dit oplevert in de uitvoering van een project, omdat vaak nog zaken geregeld moeten worden of veranderd moeten worden, levert dit vertraging en kosten op voor de initiatiefnemer. In veel gevallen zijn de gemeenten ook zelf initiatiefnemer. Diverse risico’s ontstaan voor mens en milieu en een ongelijk speelveld voor initiatiefnemers. Denk hierbij aan bouwen op verontreinigde grond, wat tijdens de bouw maar ook tijdens de gebruiksfase een gevaar oplevert voor de gezondheid. Ook kan dit leiden tot financiële claims, omdat de informatie wel is aangeleverd maar tijdens uitvoering pas handelend wordt opgetreden. Doordat OD Drenthe de bodemonderzoeken niet heeft ontvangen, is het bodeminformatiesysteem ook niet bijgewerkt waardoor bodemkwaliteit niet goed in beeld is. Ook voor vervolgprojecten is dit niet wenselijk, omdat er nieuw onderzoek gedaan moet worden terwijl er wel al onderzoek is uitgevoerd. Meer voorlichting door OD Drenthe aan (en afstemming met) gemeenten, provincie en inwoners/bedrijven leidt tot meer bekendheid over bodemwetgeving en daarmee tot een verbeterd meldgedrag. Op dit moment is de registratie van overtredingen die direct op locatie worden opgelost, beperkt. Er is daarnaast nog geen inzicht in het gedrag van de overtreders (als onderdeel van de LHSO-score) bij activiteiten in of op de bodem. Door een 0-meting over 2025 ontstaat inzicht in het percentage van de bodemcontroles met overtredingen, waarbij de overtreder calculerend (C) of bewust en structureel/crimineel (D) is. Juist bij deze saneringen is de impact bestuurlijk en op milieu en veiligheid het grootst. Bij deze activiteiten verwachten we, mede door inzet van OD Drenthe, minimaal een gelijkblijvend gedrag. Bij ontvangst van een melding is, op basis van ontvangen gegevens, geen goed beeld van de verwachte naleving. Hierdoor kan niet bepaald worden op welke locatie een controle meer nodig is dan elders. Doordat er veel verschillende variabelen zijn, is het (nog) niet mogelijk gebleken om vooraf in te schatten waar de grootste risico’s liggen. Op basis van ervaring en beschikbare informatie is het wel mogelijk om beschikbare uren zo effectief mogelijk in te zetten. De aandacht voor zorgwekkende stoffen in het algemeen én in de bodem in het bijzonder is de afgelopen jaren enorm toegenomen (zie ook hoofdstuk 4). CMR-stoffen (Carcinogeen, Mutageen, Reprotoxisch) in de bodem vormen ernstige gezondheids- en milieurisico’s. Ze kunnen kanker veroorzaken, DNA-schade aanrichten en de voortplanting schaden. Via grondwaterverontreiniging en opname door planten en dieren verspreiden ze zich in de voedselketen. Sommige zijn persistent en moeilijk af te breken. Dit leidt tot hoge saneringskosten, juridische aansprakelijkheid en beperkingen in grondgebruik. Preventie vereist strikte milieuregels, monitoring en saneringstechnieken zoals grondreiniging. Door bodembescherming en vroegtijdige risicobeoordeling kan verdere verspreiding en blootstelling worden beperkt. Specifieke risico’s zijn er in grondwaterbeschermingsgebieden, op IBC-werken (Isoleren, Beheersen en Controleren), passieve en actieve nazorglocaties, voormalige stortlocaties met alleen passieve nazorg, aandachtslocaties waar zorgwekkende stoffen (zoals per- en polyfluoralkylstoffen PFAS) worden opgeslagen, locaties met veel grondroerende handelingen waar veel verschillende milieu hygiënische kwaliteiten grond voorkomen, diepe boringen en op locaties met niet meer in gebruik zijnde tanks. Deze locaties zijn bij OD Drenthe in beeld, zodat bij de beoordeling van activiteiten hier bijzondere aandacht aan gegeven kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel