Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.3.

Artikel 6.3.6.

Stap 6: gebruik bestaande openbare parkeercapaciteit

Onderdeel van Nota Parkeernormen 2026 Gemeente Zuidplas

De situatie kan zich voordoen dat het voor de initiatiefnemer niet mogelijk is om de vastgestelde parkeervraag op eigen terrein op te lossen, eventueel aangevuld met gebruik van private parkeercapaciteit. De initiatiefnemer kan dan onderzoeken of de resterende parkeervraag opgelost kan worden door gebruik te maken van bestaande openbare parkeercapaciteit. Om te voorkomen dat dit leidt tot een ongewenste stijging van de parkeerdruk hanteren wij het uitgangspunt dat de parkeerdruk in de eindsituatie (na afwenteling van de parkeervraag vanuit de ontwikkeling) maximaal 85% mag zijn. Om te kunnen beoordelen of gebruik van openbare parkeercapaciteit mogelijk is, is een actueel beeld nodig van de bestaande parkeerdruk in het gebied rondom de ontwikkellocatie. De initiatiefnemer is primair verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de parkeerdruk. Wanneer wij als gemeente over recent uitgevoerde parkeerdrukmetingen beschikken, dan stellen we deze gegevens beschikbaar voor gebruik door de initiatiefnemer. Een uitgevoerde parkeerdrukmeting mag niet ouder zijn dan twee jaar en moet naar het oordeel van de gemeente een representatieve weergave vormen van de actuele parkeersituatie. Als er geen actueel beeld is van de parkeersituatie, dan moet de initiatiefnemer zelf een parkeerdrukmeting laten uitvoeren. Deze meting moet aan de volgende eisen voldoen: De meetmethodiek die in het parkeerdrukonderzoek wordt gehanteerd moet door de gemeente zijn goedgekeurd (de wijze waarop parkeercapaciteit en- bezetting wordt gemeten). Alleen officiële parkeerplaatsen gelden als beschikbare parkeercapaciteit. De uitvoering van het parkeerdrukonderzoek moet met gemeente zijn afgestemd. Hierbij worden in ieder geval het onderzoeksgebied bepaald en de momenten van de dag/week waarop de metingen moeten plaatsvinden. Het onderzoek moet in ieder geval plaatsvinden op het maatgevende moment van de parkeerbehoefte die in de openbare ruimte wordt opgelost. Voor de begrenzing van het onderzoeksgebied gelden de maximaal acceptabele loopafstanden (zie paragraaf 6.2.4) als richtlijn. Wij willen voorkomen dat dezelfde openbare parkeercapaciteit aan meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd beschikbaar wordt gesteld. Om deze reden moet de initiatiefnemer bij de gemeente verifiëren of er in de omgeving van zijn ontwikkellocatie andere ontwikkelingen plaatsvinden, ontwikkelingen waarin mogelijk ook sprake is van gebruik van openbare parkeercapaciteit. Resultaat stap 6: het aantal openbare parkeerplaatsen dat beschikbaar wordt gesteld voor de ontwikkeling is bepaald en in mindering gebracht op de resterende parkeervraag uit stap 5.

Rechtspraak bij dit artikel