Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

– De wijze van opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB Dantumadiel 2009 e.v (*)

De maatregel wordt toegepast op de bijstandsnorm. In afwijking van het eerste lid kan de maatregel ook worden toegepast op de bijzondere bijstand indien: aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de wet, of; de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand, daartoe aanleiding geeft. De maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm. In afwijking van het derde lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de bijstand nog niet is uitbetaald. Indien de maatregel bedoeld in het eerste lid, als gevolg van de beëindiging van het recht op bijstand niet kan worden geëffectueerd , wordt de maatregel alsnog opgelegd bij een nieuw recht op bijstand binnen een termijn van één jaar nadat het recht de bijstand is beëindigd. Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen.

Rechtspraak bij dit artikel