Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Mandaat, volmacht en machtiging

Onderdeel van Mandaatbesluit Omgevingsdienst Utrecht

1. Het college en de burgemeester, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft: a. verlenen mandaat aan de directeur voor het uitoefenen van de bevoegdheden en b. verlenen machtiging en volmacht aan de directeur voor het verrichten van feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen, voor zover de bevoegdheid of handeling is genoemd in de bijlage bij dit besluit en de uitoefening daarvan noodzakelijk is voor het verrichten van de taken van de omgevingsdienst, op grond van de dienstverleningsovereenkomst. 2. De bevoegdheden bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in afdeling 7.2 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. De directeur kan voor de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en voor de handelingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, schriftelijk ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging verlenen aan functionarissen die werkzaam zijn voor de omgevingsdienst. 4. Wat in dit besluit is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op volmacht en machtiging en op ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging. 5. Uit de ondertekening van besluiten en stukken, op basis van het eerste lid, moet blijken dat het betreffende besluit of het stuk namens het college ofwel namens de burgemeester is genomen of is vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel