1. Indien de vergunninghouder gebruik maakt van elektriciteit, dient deze betrokken te worden vanuit een door het college beschikbaar gestelde elektriciteitsvoorziening.
2. De elektrische installatie die de vergunninghouder gebruikt:
a. voldoet aan de geldende norm NEN 1010; en
b. is voorzien van groepszekeringen en een aardlekschakelaar met een normale aanspreekstroom van 30 mA; en c. maakt ten behoeve van verlichting uitsluitend gebruik van spaarlampen of LED lampen.
3. Kabels die in de looppaden op de grond liggen worden zodanig afgedekt met rubberen afdekmatten, zodat zij geen gevaar opleveren voor personen of voertuigen van de hulpdiensten.
4. Indien de vergunninghouder elektriciteit betrekt vanuit de door het college beschikbaar gestelde elektriciteitsvoorzieningen, wordt dat op de vaste standplaatsvergunning vermeld.
5. Aan het gebruik van door het college beschikbaar gestelde elektriciteit zijn kosten verbonden.