Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan uitsluitend een subsidie verlenen of direct vaststellen als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de subsidie. 2.. Er is sprake van één serieuze gegadigde voor de subsidie als naar het oordeel van het college voldaan wordt aan één of meer van de volgende criteria: de te subsidiëren activiteit behoort tot de wettelijke taak van de gegadigde; uitvoering van de te subsidiëren activiteit is uitsluitend mogelijk met gebruik van een goed dat eigendom is van de gegadigde of waarover de gegadigde zeggenschap heeft; het is aannemelijk dat de uitvoering van de te subsidiëren activiteit uitsluitend door de gegadigde kan plaatsvinden, omdat deze als enige beschikt over: de benodigde financiële bekwaamheden en draagkracht; specialistische kennis of een unieke methodiek; de vereiste certificaten, keurmerken of andere kwaliteitsverklaringen; de noodzakelijke vergunning(en); de noodzakelijke contractuele betrekkingen; of de noodzakelijk governance-structuur; uit een marktverkenning is gebleken dat er maar één serieuze gegadigde is; in het kader van de specifieke uitkering is door een ander overheidsorgaan reeds bepaald wie de subsidieontvanger is; uitvoering van de te subsidiëren activiteit is in overwegende mate afhankelijk van: de unieke geografische positie van de gegadigde; de bijzondere binding die de gegadigde heeft met de doelgroep of gebied / regio; of een bestaand netwerk, samenwerkingsrelatie of langdurig partnerschap; subsidiering aan een andere gegadigde zou leiden tot ondoelmatige versnippering van het aanbod; subsidiering aan een andere gegadigde draagt niet of in mindere mate bij aan de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen. 3.. Het college kan ook op grond van of tezamen met andere dan de in het tweede lid genoemde criteria tot het oordeel komen dat bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat sprake is van slechts één gegadigde voor de subsidie, voor zover die criteria objectief, toetsbaar en redelijk zijn.

Rechtspraak bij dit artikel