Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Blaricum 2025

4.1 Regels voor het persoonsgebonden budget Op aanvraag van de inwoner geeft het college de inwoner een pgb als: De inwoner zelf of met hulp van familie of iemand anders goed kan bepalen wat hij/zij nodig heeft én als hij/zij de zorg met het pgb op een verantwoordelijke manier kan regelen (zoals omschreven in artikel 2.3.6, 2e lid van de Wmo). De inwoner de taken en verantwoordelijkheden die aan een pgb vastzitten, correct kan uitvoeren. Dit wordt getoetst met het 10-puntenkader van de Rijksoverheid. De inwoner goed kan uitleggen waarom hij/zij een pgb wil hebben. Het college geeft de inwoner een pgb op basis van artikel 2.3.6 van de Wmo. Als de aanvraag gaat over kosten die de inwoner heeft gemaakt voordat hij/zij de aanvraag indiende, dan krijgt de inwoner geen pgb. De hoogte van een pgb: Bepaalt het college op basis van een budgetplan dat de inwoner heeft gemaakt en waarin staat hoe de inwoner het pgb uitgeeft. Is niet meer dan de kostprijs van de goedkoopste maatwerkvoorziening9Door grootschalige inkoop kan een gemeente een Wmo-voorziening voor een gunstige prijs regelen. Dit is de goedkoopste compenserende oplossing. Als een inwoner er zelf voor kiest om een maatwerkvoorziening, zoals een hulpmiddel, via een pgb aan te schaffen, dan is dat zijn/haar eigen keuze. Hierdoor is het redelijk dat de inwoner de meerkosten zelf betaalt. Ook omdat zo’n voorziening eigendom wordt van de inwoner. Kan een niet-gecontracteerde aannemer (bijvoorbeeld iemand uit de kennissenkring van de inwoner) een woningaanpassing voldoende compenserend en goedkoper uitvoeren dan een aannemer die de gemeente heeft gecontracteerd? Dan wordt deze lagere prijs aangehouden. Dit is namelijk de goedkoopst compenserende oplossing. Is aantoonbaar dat de aannemers die de gemeente heeft gecontracteerd, de werkzaamheden niet kunnen uitvoeren binnen de termijn die voor de inwoner noodzakelijk is? En is er een andere aannemer die dit wel kan voor een marktconforme prijs? Dan is maatwerk mogelijk door deze hogere kosten toch te vergoeden. in natura die anders was ingezet als oplossing voor de hulpvraag van de inwoner. Bepaalt het college op basis van de CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) als de inwoner gebruikmaakt van niet-professionele ondersteuning (uit het sociaal netwerk). Is de laagste kostprijs van de noodzakelijke wijzigingen bij een autoaanpassing. Een pgb kan alleen worden gebruikt voor autoaanpassingen. Het college vergoedt de kosten voor een auto niet. Bij het bepalen van de hoogte van een pgb is het volgende belangrijk: Als blijkt dat de maximumkostprijs uit het vorige lid van deze verordening niet genoeg is om de hulpvraag van de inwoner op te lossen, kijkt het college op basis van de persoonlijke situatie van de inwoner of er een uitzondering mogelijk is. Als de inwoner een pgb krijgt voor het aanschaffen van noodzakelijke hulpmiddelen, dan betaalt het college als dat nodig is elk jaar een bedrag voor een deel of voor de totale onderhouds- en reparatiekosten van die spullen. Het maximale bedrag dat het college betaalt, is gelijk aan de onderhouds- en reparatiekosten voor de goedkoopste maatwerkvoorziening in natura die anders zou zijn ingezet voor de hulpvraag van de inwoner. Het tarief voor maatwerkvoorzieningen in natura wordt jaarlijks hoger (geïndexeerd). Daarbij volgen we de ontwikkelingen van de prijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek en de NEA-index. Hier houdt het college rekening mee bij de toekenning van een pgb. 4.2 Aanvraag van een persoonsgebonden budget Als de inwoner gebruik wil maken van een persoonsgebonden budget, moet hij/zij dit op de aanvraag aangeven. De inwoner moet aan de aanvraag ook een budgetplan en een begroting voor het persoonsgebonden budget toevoegen. 4.3 Voorwaarden voor een persoonsgebonden budget Als de inwoner gebruik wil maken van een persoonsgebonden budget, gelden de volgende voorwaarden: Als de inwoner zorg inkoopt bij andere organisaties dan waar het college mee samenwerkt, dan moet de inwoner een zorgovereenkomst afsluiten met deze zorgverlener(s). De werkgeverslasten worden uit het persoonsgebonden budget betaald. De reiskosten van de zorgverlener mogen worden betaald uit het persoonsgebonden budget. Met reiskosten bedoelen we woon-werkverkeer. We vergoeden reiskosten tot 100 km per dag voor een maximumbedrag van € 0,23 per kilometer. De inwoner mag ieder kalenderjaar een verantwoordingsvrij bedrag van € 300 betalen vanuit het persoonsgebonden budget. Maximaal € 200 daarvan kan gebruikt worden voor een feestdagenuitkering. Als een inwoner met een persoonsgebonden budget overlijdt, mag het periodebedrag nog 1 keer voor 1 maand worden betaald aan de zorgverlener(s). Bemiddelingskosten of administratiekosten mogen niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald. Een eenmalige uitkering aan de zorgverlener mag niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald. 4.4 Uitstel betaling uit pgb Het college kan de Sociale Verzekeringsbank vragen om het betalen van (een deel van) het pgb uit te stellen, als het vermoeden bestaat dat: De inwoner niet de juiste of geen volledige gegevens heeft gegeven aan het college en dat het college een andere beslissing zou hebben genomen als deze gegevens wel bekend waren geweest. De inwoner niet aan de voorwaarden van het pgb voldoet. De inwoner het pgb voor een ander doel gebruikt. Dit staat ook omschreven in artikel 2.3.10 (1e lid onder a, d en e) van de Wmo 2015.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel