**1..** Doelgroep: personen, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet.
**2..** Een persoon: een inwoner, zoals bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet.
**3..** College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum.
**4..** Voorziening: hulp voor een persoon om (weer) aan het werk te gaan of om een bijstandsuitkering te krijgen, zoals bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet.
**5..** Inkomen: het totale inkomen, zoals bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet.
**6..** Peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt.
**7..** Benadelingsbedrag: netto-uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan als gevolg van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. De netto-uitkering die een persoon eigenlijk niet had mogen krijgen, omdat die persoon niet genoeg verantwoordelijkheid heeft genomen om zelf voor zijn of haar inkomen te zorgen. Bijvoorbeeld als een persoon had kunnen werken maar dat niet heeft gedaan, en daardoor (onterecht) een uitkering of een te hoog bedrag kreeg.
**8..** Referteperiode: periode van 36 maanden die voorafgaat aan de peildatum.
**9..** Bijstandsnorm:
Bijstandsnorm die van toepassing is, zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet. Waar nodig is dit inclusief de bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
grondslag van de uitkering, zoals bedoeld in artikel 5 van de IOAW of artikel 5 van de IOAZ als er sprake is van een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ.
**10..** Uitkering: algemene bijstand vanuit de Participatiewet of een uitkering vanuit de IOAW of de IOAZ.
**11..** Economische zelfredzaamheid: een persoon is economisch zelfredzaam als hij/zij door te werken genoeg verdient om helemaal voor zichzelf te kunnen zorgen. Als dit niet lukt, wordt gekeken of deze persoon wél alles doet wat mogelijk is om te werken en een inkomen te verdienen, binnen wat hij/zij kan.
**12..** Sociale zelfredzaamheid: een persoon is sociaal zelfredzaam als hij/zij zelfstandig meedoet in de maatschappij. Als een persoon sociaal zelfredzaam is, is economische zelfredzaamheid de volgende stap.
**13..** Afstand tot de arbeidsmarkt: een persoon kan op dit moment niet werken en de kans is groot dat dit op korte termijn ook niet lukt.
Alle begrippen in deze verordening die niet worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in:
De Participatiewet.
Het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
De Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).
De Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
De Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Gemeentewet.