In artikel 2.3 van de Wet staat dat het onderzoek begint met een gesprek met de inwoner. Tijdens dit gesprek doet de consulent uitgebreid onderzoek naar de situatie van de inwoner. Hierbij gebruikt de consulent het stappenplan van de Wmo.
Dankzij het stappenplan Wmo wordt snel duidelijk welke hulp inwoners van de gemeente nodig hebben om mee te kunnen doen in de maatschappij (participatie). Denk aan hulp bij het huishouden, begeleiding, vervoer of andere vormen van zorg en ondersteuning. Het stappenplan bestaat uit de volgende stappen:
Stap 1 - De consulent stelt de hulpvraag van de inwoner vast: waar heeft de inwoner behoefte aan?
Stap 2 - De consulent kijkt welke beperkingen ervoor zorgen dat de inwoner niet zelfredzaam is en niet kan meedoen in de maatschappij.
Stap 3 - De consulent bepaalt welke (soort) hulp er nodig is en hoeveel ondersteuning er nodig is.
Stap 4 - De consulent onderzoekt of de inwoner al hulp ‘vanuit de eigen kracht’ heeft. Hiermee wordt hulp bedoeld van bijvoorbeeld familie, vrienden of mantelzorgers. Ook kijkt de gemeente of de inwoner gebruikmaakt van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen. Als die hulp er nog niet is, bekijkt de gemeente of het mogelijk is om deze hulp te regelen. Als die hulp er wél is, bekijkt de gemeente om hoeveel hulp het gaat.
Stap 5 - De consulent kijkt of hij/zij nog iets moet compenseren of regelen voor de inwoner door het inzetten van een maatwerkvoorziening. Waar nodig wordt er deskundig advies gevraagd bij een deskundige
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Stappenplan Wmo
Onderdeel van Beleidsregels voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en de Verordening Wmo 2025 Blaricum