Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

Aanvullende regels voor een pgb (persoonsgebonden budget) voor jeugdhulp

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Laren 2025

5.1 Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb Als kinderen/jongeren of hun ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) een individuele voorziening nodig hebben en ze de hulp zelf willen regelen met een pgb, dan moeten zij een pgb-plan bij het college indienen. In dit plan moeten zij uitleggen: waarom de jeugdhulp in natura van het college niet passend is en waarom ze een pgb willen; welke jeugdhulp ze willen inkopen, wat het doel van de jeugdhulp is en hoe en wanneer het resultaat van deze hulp wordt beoordeeld. wie de jeugdhulp gaat geven en hoe die hulp wordt geregeld; hoe de kwaliteit van de jeugdhulp wordt gegarandeerd; wat de kosten van de jeugdhulp zijn, inclusief de duur, het aantal uren per week en het tarief per uur; of de jeugdhulp wordt gegeven door iemand uit het eigen sociale netwerk en, zo ja, door wie; wie de budgethouder of beheerder wordt; waarom de budgethouder of beheerder de taken die bij een pgb horen, goed kan uitvoeren volgens de punten in artikel 5.2. Het college besluit tot verstrekking voor een pgb als: kinderen/jongeren of hun ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) goed uitleggen waarom de gemeentelijke hulp niet passend is en waarom ze zelf hulp willen inkopen; uit het onderzoek blijkt dat de budgethouder of beheerder het pgb goed kan beheren; het college vindt dat de gekozen jeugdhulp en de jeugdhulpaanbieder van goede kwaliteit zijn en bijdragen aan het behalen van het doel uit het pgb-plan; er sprake is van een medische noodzaak of, bij het ontbreken daarvan, van een situatie waarin hulp in natura vanwege tijdelijke overbelasting of andere aantoonbare beperkingen niet haalbaar of passend is. Het college geeft geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van degene die de jeugdhulp gaat uitvoeren en/of de jeugdhulpaanbieder. Dit geldt bijvoorbeeld als de hulpverlener in de afgelopen vier jaar: fraude heeft gepleegd; betrokken is geweest bij strafbare feiten die een negatieve invloed op de kwaliteit, betaalbaarheid of veiligheid van de hulp hadden; tot een gevangenisstraf is veroordeeld. Na een Bibob-toets door het college als zorgaanbieder is geweigerd. (Bibob staat voor Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het college weigert een pgb als er een wettelijke reden is om dit te doen. Dit staat in artikel 8.1.1, vierde lid van de Jeugdwet. Indien nodig kan het college medisch advies inwinnen om te beoordelen of sprake is van een medische noodzaak die de inzet van een pgb rechtvaardigt. 5.2 Pgb-vaardigheid De persoon die het pgb beheert (de budgethouder) moet - eventueel samen met hulp uit het sociale netwerk of een budgetbeheerder - aan een aantal voorwaarden voldoen. Hij/zij moet: een duidelijk beeld hebben van de hulp die nodig is; weten welke regels en verplichtingen er zijn voor het pgb of deze zelf kunnen vinden; een overzichtelijke administratie voor het pgb kunnen bijhouden; goed kunnen communiceren in het Nederlands met het college, de SVB en zorgverleners. zelfstandig kunnen handelen en zelf een zorgverlener kunnen kiezen. in staat zijn om afspraken te maken, deze vast te leggen en ze te verantwoorden bij het college. kunnen beoordelen of de geleverde zorg geschikt en van goede kwaliteit is. de zorg van zorgverleners kunnen coördineren, zodat de zorg doorgaat. Zelfs bij ziekte of verlof. zorgverleners over hun werk kunnen aanspreken. voldoende kennis hebben over het werk van zorgverleners of weten waar hij/zij deze kennis kan vinden. Het college vindt dat een budgethouder of budgetbeheerder de taken die bij een pgb horen, niet kan uitvoeren als: de persoon die de jeugdhulp geeft, ook het pgb beheert. Dit mag alleen als het college hier toestemming voor geeft of als deze persoon nauw verwant is aan het kind/de jongere; er sprake is van een van de volgende problemen: schulden; ernstige verslaving; fraude, zoals opzettelijke misleiding om financieel voordeel te behalen. De fraude moet in de vier jaar voor de aanvraag zijn gepleegd; een ernstige verstandelijke beperking; ernstige psychische problemen; een vastgestelde, blijvende verstandelijke stoornis; de budgethouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) of budgetbeheerder spreekt en schrijft de Nederlandse taal niet goed genoeg; de budgethouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) of budgetbeheerder kan geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) krijgen. de budgethouder(s) niet in Nederland verblijven. 5.3 Onderscheid tussen formele en informele hulp Formele hulp is hulp door: personen die werken bij een organisatie die geregistreerd staat in het Handelsregister en die de juiste diploma’s hebben voor het uitvoeren van de werkzaamheden voor het pgb. zelfstandige zorgverleners zonder personeel, die ook geregistreerd staan in het Handelsregister en de juiste diploma’s hebben. Formele hulp wordt gegeven door personen die voor het verlenen van jeugdhulp ingeschreven staan in het beroepsregister, zoals vastgelegd in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg of het Besluit Jeugdwet. Informele hulp is hulp door een familielid (bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad) van de budgethouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s). Deze hulp valt onder het sociale netwerk van het kind/de jongere. Als de hulp wordt gegeven door iemand anders dan de personen die in het eerste lid worden genoemd en deze personen niet ingeschreven staan in het beroepsregister, is er sprake van informele hulp. 5.4 Kwaliteitseisen voor jeugdhulp via een pgb Om de kwaliteit van jeugdhulp die met een pgb wordt ingekocht te garanderen, moet de hulpverlener aan een aantal eisen voldoen. Hij/zij moet: een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn om de functie uit te voeren. Deze VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij het begin van de zorg. Tijdens de hulpverlening mag de VOG niet ouder zijn dan drie jaar. (Deze eis geldt niet voor ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s); de juiste vaardigheden en kennis hebben om goede hulp te kunnen geven; een goede administratie bijhouden van de geleverde hulp. goed Nederlands kunnen spreken en schrijven; werken volgens een plan waarin de activiteiten en doelen staan; de hulp uitvoeren, zoals in het besluit van het college staat; de hulp afstemmen op de persoonlijke situatie van het kind/de jongere of zijn/haar ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s); de hulp afstemmen op andere vormen van hulp die het kind/de jongere of zijn/haar ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) krijgen; de privacy van het kind/de jongere of zijn/haar ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s)s respecteren en vertrouwelijk omgaan met persoonlijke informatie; contact opnemen met Veilig Thuis voor advies of het maken van een melding als hij/zij huiselijk geweld of kindermishandeling vermoedt; calamiteiten en geweldsincidenten melden bij het college; meewerken aan controles van de kwaliteit en rechtmatigheid van de hulp door het college of andere aangewezen partijen; niet overbelast raken door de hulpverlening. Het college beoordeelt of dit het geval is. Voor formele jeugdhulp geldt daarnaast dat de hulpverlener moet: voldoen aan de eisen in artikel 5.3, eerste en tweede lid; handelen volgens de professionele standaarden; werken met een hulpverleningsplan; werken met een systeem voor kwaliteitscontrole; zorgen dat hij/zij de meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling en de meldplicht voor calamiteiten en geweld naleeft; zorgen dat een vertrouwenspersoon zijn/haar taak kan uitvoeren. Er wordt geen pgb voor informele jeugdhulp gegeven als er formele jeugdhulp nodig is volgens het afwegingskader van het Kwaliteitskader Jeugd. 5.5 Hoogte van het pgb Het pgb voor formele jeugdhulp is maximaal 100% van het laagste tarief dat het college betaalt voor dezelfde jeugdhulp in natura. Het pgb voor informele jeugdhulp is maximaal 100% van het wettelijk minimumloon. De tarieven voor het pgb worden elk jaar aangepast op basis van: De berekening van het percentage voor het komende jaar, waarin het college het tarief voor het pgb bijstelt op basis van de verwachte loon- en prijsindexen, zoals gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), met als maximum 100% van het laagste tarief dat het college betaalt voor dezelfde jeugdhulp in natura. Het verschil tussen het verwachte en het werkelijke percentage van het voorgaande jaar, waardoor het college de aanpassingen nauwkeurig kan afstemmen. Specifieke aanpassing voor ZZP'ers: Bij het contracteren van ZZP'ers wordt een standaard 15% korting op de overhead toegepast, omdat ZZP'ers geen gebruik maken van de organisatie-infrastructuur van grotere jeugdzorginstellingen. Het tarief kan lager zijn als uit het pgb-plan blijkt dat het college de benodigde jeugdhulp tegen een lager tarief kan inkopen, zoals bedoeld in art. 5.5 en 5.6 van deze verordening. Het college stelt het tarief voor jeugdhulp door een hulpverlener uit het sociale netwerk vast volgens de regels van de Jeugdwet. Het college stelt jaarlijks de pgb-tarieven vast in nadere regels en maakt deze minstens eenmaal per jaar bekend. 5.6 Kosten die niet vergoed worden vanuit een pgb De volgende kosten worden niet vergoed vanuit een pgb kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het bijhouden van een pgb-administratie; kosten voor hulp bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten die gemaakt worden als het pgb voor besteding in het buitenland is, tenzij het college hiervoor toestemming geeft; kosten voor vervoer als het kind/de jongere volgens artikel 4.7. van de verordening geen recht heeft op een vervoersvoorziening; kosten voor crisishulp kosten voor het aanvragen van een Verklaring Omtrent het Gedrag

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel