Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

Niet nakomen van de niet-standaardverplichtingen (niet-geüniformeerde verplichtingen) voor arbeidsinschakeling

Onderdeel van Verordening Participatiewet gemeente Laren 2025

5.1 Gedraging Participatiewet Als een persoon zich niet of onvoldoende houdt aan de afspraken uit de Participatiewet (artikelen 9, 9a, 17, tweede lid, en 55), dan wordt de gedraging in een van de volgende groepen ingedeeld: Eerste groep: Registratie als werkzoekende Een persoon heeft zich niet op tijd bij het UWV (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) aangemeld als werkzoekende of heeft zijn/haar aanmelding niet op tijd verlengd, Tweede groep: Arbeidsinschakeling en plannen Een persoon is niet op een afspraak gekomen die was bedoeld om te praten over werk. Een persoon heeft niet of onvoldoende meegewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak (zoals bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet). Onvoldoende nakomen van verplichtingen (zoals bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet) door personen jonger dan 27 jaar tijdens de zoektermijn, gedurende vier weken na een melding, zoals in de Participatiewet benoemd (artikel 43, vierde en vijfde lid), voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet. Een persoon laat met zijn houding en gedrag duidelijk zien dat hij/zij zich niet aan de afspraken uit artikel 9, lid 1b van de Participatiewet wil houden. Het college kan dan de speciale uitzondering voor alleenstaande ouders (bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet) intrekken. Een persoon werkt niet of onvoldoende mee bij de uitvoering van artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet. Derde groep: Werk en tegenprestatie Een persoon doet geen moeite om werk te zoeken in zijn/haar eigen gemeente. Dit kan ook een gevolg zijn van een gedraging, zoals vermeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet. Een persoon levert geen tegenprestatie (artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet) als het college dit vraagt. Denk bijvoorbeeld aan werk voor de gemeenschap. 5.2. Gedragingen IOAW en IOAZ Als een persoon zich niet of onvoldoende aan de afspraken uit de IOAW (artikelen 37 en 38) of de IOAZ (artikelen 37 en 38) houdt, dan wordt zijn/haar gedraging in een van de volgende groepen ingedeeld Eerste groep: Registratie als werkzoekende Een persoon heeft zich niet op tijd bij het UWV (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) aangemeld als werkzoekende of heeft zijn/haar aanmelding niet op tijd verlengd. Tweede groep: Onderzoek, houding en voorzieningen Een persoon werkt niet of onvoldoende mee aan een onderzoek naar de mogelijkheden om weer aan het werk te gaan. Een persoon laat met zijn/haar houding en gedrag zien dat hij/zij zich niet wil houden aan de afspraken uit de artikelen van de IOAW (artikel 37, eerste lid) of IOAZ (artikel 37, eerste lid). Het college kan de uitzondering voor alleenstaande ouders IOAW (artikel 38, eerste lid) of IOAZ (artikel 38, eerste lid) dan intrekken. Een persoon maakt niet of onvoldoende gebruik van een voorziening die het college heeft aangeboden. Dit geldt alleen als dit er niet toe heeft geleid dat de voorziening niet doorging of voortijdig is gestopt (zoals bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAZ). Een persoon werkt niet of onvoldoende mee aan een voorziening die het college aanbiedt om werk te vinden. Daardoor gaat die voorziening niet door of stopt die voorziening eerder (zoals bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAZ). Derde groep: Werk zoeken en tegenprestatie Gedragingen die het starten met werk tegenhouden. Een persoon doet niet genoeg zijn/haar best om werk te vinden dat algemeen geaccepteerd wordt. Een persoon maakt niet of onvoldoende gebruik van een voorziening die het college heeft aangeboden. Dit heeft ertoe geleid dat deze voorziening niet door kon gaan of dat deze voorziening eerder is gestopt (zoals bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAZ). Een persoon levert geen tegenprestatie als het college dit vraagt (zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAZ). Vierde groep: Werk aannemen of behouden Een persoon neemt algemeen geaccepteerd werk niet aan. Een persoon verliest zijn/haar werk door zijn/haar eigen schuld. Bijvoorbeeld doordat hij/zij het werk niet goed doet (artikel 20, eerste lid, onder a of b, van de IOAW of artikel 20, tweede lid, onder a of b, van de IOAZ). 5.3 Hoogte en duur van de verlaging Als een persoon gedragingen laat zien die zijn beschreven in de artikelen 5.1 en 5.2 van deze verordening, dan kan het college de uitkering verlagen met: 5% van de bijstandsnorm bij gedragingen uit de eerste groep. Deze verlaging duurt één maand. 10% van de bijstandsnorm bij gedragingen uit de tweede groep. Deze verlaging duurt één maand. 50% van de bijstandsnorm bij gedragingen uit de derde groep. Deze verlaging duurt één maand. 100% van de bijstandsnorm bij gedragingen uit de vierde groep. Deze verlaging duurt één maand. Bij gedragingen uit de eerste groep kan het college een schriftelijke waarschuwing geven in plaats van een verlaging. Dit geldt alleen als een persoon een afspraak niet is nagekomen of deze afspraak te laat is nagekomen én er meer dan 24 maanden voorbij zijn gegaan sinds deze persoon een waarschuwing kreeg. Met de 24 maanden wordt de periode bedoeld vanaf het moment waarop de vorige schriftelijke waarschuwing naar de persoon werd gestuurd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel