4.1 Verstrekking van de vervoersvoorziening
Bij de verstrekking van de vervoersvoorziening betrekt het college het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan (als dat er is) of de vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn.
Als begeleiding in het vervoer nodig is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten van de begeleiding van de leerling in het vervoer.
4.2 Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets
Als voldaan is aan de afstandsgrens die wordt genoemd in artikel 3.2 1e lid, vergoedt het college aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt, een bedrag voor een vervoersvoorziening. Dit bedrag is gebaseerd op de kosten van het openbaar vervoer.
Als de ouders aanspraak kunnen maken op een vergoeding, zoals bedoeld in het 1e lid, en de leerling volgens het college - al dan niet onder begeleiding - van en naar school kan fietsen, betaalt het college de ouders een bedrag voor een vervoersvoorziening die is gebaseerd op de kosten van het vervoer per fiets.
De kilometervergoeding voor de fiets is € 0,10 per kilometer, gemeten langs de kortste veilige route.
4.3 Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets voor een begeleider
Het college betaalt aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, de kosten van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van de leerling en een begeleider in de volgende situaties:
er is voldaan aan de afstandsgrens uit artikel 3.2, 1e lid, de leerling is jonger dan 9 jaar en de ouders hebben het college laten zien dat de leerling niet zelfstandig met het openbaar vervoer of de fiets kan reizen, of
een leerling kan door een chronische lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruikmaken.
De kilometervergoeding voor de fiets is € 0,10 per kilometer, gemeten langs de kortste veilige route.
Als een begeleider meer dan 1 leerling begeleidt, worden alleen de kosten van het vervoer van 1 begeleider vergoed.
4.4 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer
Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt als de leerling volgens het college ook niet onder begeleiding van het openbaar vervoer gebruik kan maken.
een leerling kan de toegang tot het vervoer ontzegd worden vanwege wangedrag of door verstoring van de orde of veiligheid in het vervoer.
4.5 Vergoeding op basis van de kosten van eigen vervoer
Als de ouders recht hebben op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders vragen - of op aanvraag toestaan - 1 of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
Als het college de ouders op basis van het 1e lid toestemming heeft verleend, betaalt het college ouders die een leerling zelf vervoeren of laten vervoeren:
een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding. Dit geldt als de ouders recht hebben op een vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets, al dan niet met begeleiding.
een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding. Dit geldt als de ouders recht hebben op een vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer, al dan niet met begeleiding; of
een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto. Dit geldt als de ouders recht hebben op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, als de bepaling in lid 4 niet geldt. Deze vergoeding is € 0,23 per kilometer (belastingvrij) en geldt voor de kortste route volgens de ANWB-routeplanner.
Als het college de ouders op basis van het 1e lid toestemming heeft verleend, vergoedt het college aan ouders die meer dan 1 leerling tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, een bedrag dat is gebaseerd op een kilometervergoeding voor de auto, als de bepaling in lid 4 niet geldt.
Het college geeft geen vergoeding aan ouders die 1 of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer van 1 of meer leerlingen een vergoeding van het college ontvangen.
4.6 Vergoeding van een andere passende vervoersvoorziening
Als ouders recht hebben op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met hen een vergoeding geven voor een andere passende voorziening. Die voorziening is goedkoper of gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer.
4.7 Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie
Rekening houdend met artikel 3.1 kent het college op verzoek een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie toe aan ouders die in de gemeente wonen. De leerling woont in een internaat of pleeggezin vanwege het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs dat hij/zij volgt.
Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor een eenmaal per weekeinde gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug. Dit geldt alleen als de weekeinden niet binnen de schoolvakanties vallen die in het volgende lid (lid 3) worden genoemd.
Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de eenmaal per schoolvakantie (van 2 dagen of meer) gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug. Dit geldt alleen als de vakantie in de schoolgids staat van de school die de leerling bezoekt.
Artikel 4.4, 1e lid, aanhef en onder 1, is niet van toepassing voor het weekeinde- en vakantievervoer.
4.8 Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag
De ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het gezamenlijke inkomen hoger is dan € 28.800, krijgen alléén een vergoeding als de kosten van het vervoer van die leerling hoger zijn dan de kosten van het openbaar vervoer over de afstand uit artikel 3.2.
De ouders van een leerling die een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, van wie het gezamenlijke inkomen hoger is dan 155% van het onder artikel 4.8 lid 1 vermelde bedrag, afgerond op een veelvoud van € 450, krijgen alléén een vergoeding als de kosten van het vervoer van die leerling hoger zijn dan de kosten van het openbaar vervoer over de afstand uit artikel 3.2 lid 1.
Als het college het vervoer regelt, betalen ouders van leerlingen die (speciaal) basisonderwijs volgen, een eigen bijdrage per leerling. Dit geldt alleen als de ouders meer verdienen dan € 28.800 per jaar. Ze betalen maximaal de kosten voor het openbaar vervoer voor de afstand uit artikel 3.2.
De kosten voor het openbaar vervoer worden bepaald op basis van wat je normaal zou betalen als je een OV-chipkaart of een andere geldige betaalwijze in de gemeente gebruikt. Het maakt niet uit of er echt openbaar vervoer is of dat het openbaar vervoer echt gebruikt kan worden. Het college houdt hierbij ook rekening met mogelijke kortingen die gelden voor de leerling.
Het bedrag van € 28.800 uit het 1e lid wordt vanaf 1 januari 2025 elk jaar aangepast aan de loonstijgingen. Het nieuwe bedrag wordt afgerond op een veelvoud van € 450 en vervangt het oude bedrag.
Dit artikel is niet geldig voor leerlingen met een beperking.
4.9 Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage
Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer is, wordt de vastgestelde vergoeding verminderd met een bedrag dat afhangt van de financiële draagkracht van de ouders.
Als het college in plaats van een vergoeding in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt of laat verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer is, betalen de ouders een bijdrage die afhangt van hun financiële draagkracht. Die bijdrage is maximaal het bedrag van de kosten van het vervoer.
Het college berekent de hoogte van het bedrag dat in het 1e lid wordt genoemd en de bijdrage die in het 2e lid wordt genoemd per gezin. Dit bedrag hangt af van de hoogte van het inkomen van de ouders. Het gaat om de volgende bedragen:
Inkomen in euro’s
Eigen bijdragen in euro’s per gezin per jaar
0-35.500
Nihil
35.500-42.000
170
42.000-48.500
750
48.500-55.000
1.390
55.000-62.500
2.035
62.500-69.000
2.730
69.000 en verder
Voor elke extra € 5.500: € 655 erbij
De inkomensbedragen die in het 3e lid worden genoemd, worden met ingang van 1 januari 2025 jaarlijks aangepast aan de loonstijgingen. Het nieuwe bedrag wordt afgerond op een veelvoud van € 500 en vervangt het oude bedrag.
De bedragen van de eigen bijdrage die in het 3e lid worden genoemd, worden met ingang van 1 januari 2025 jaarlijks aangepast aan de wijziging van het consumentenprijsindexcijfer (zie de reeks Alle huishoudens bij het onderdeel Vervoersdiensten). Het nieuwe bedrag wordt afgerond op een veelvoud van € 5 en vervangt het oude bedrag.
Dit artikel geldt niet voor leerlingen met een beperking.