In de definitie van gebruikelijke hulp maakt de gemeente geen onderscheid op basis van geslacht, religie, cultuur, gezinssamenstelling, werk of persoonlijke meningen over huishoudelijke taken. Ook als iemand zegt "niet gewend te zijn om huishoudelijke taken te doen" of "geen huishoudelijk werk te willen doen", zet het college geen hulp in vanuit de Wmo 2015. Het college kan in zo’n situatie wel tijdelijke hulp bieden om huishoudelijk werk aan te leren.
Soms kan het college toch een maatwerkvoorziening toekennen. Bijvoorbeeld als huisgenoten om bepaalde redenen geen of onvoldoende hulp kunnen bieden. Dit kan ook het geval zijn bij dreigende overbelasting van een mantelzorger.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.1
Maatwerk
Onderdeel van Beleidsregels voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en de Verordening Wmo 2025 Laren