Het college beoordeelt gebruikelijke hulp ook door te kijken naar:
de soort hulp die nodig is (de aard van de hulp).
hoe vaak er hulp nodig is en hoeveel tijd die hulp kost (de omvang van de hulp).
hoe lang er hulp nodig is (de duur van de hulp).
De beoordeling van de aard, omvang en duur van de gebruikelijke hulp door huisgenoten gaat als volgt:
Aard van de ondersteuning
Het is belangrijk om te kijken welke taken of vormen van hulp de huisgenoot precies biedt. Dit kan uiteenlopen van huishoudelijke taken (bijvoorbeeld koken, schoonmaken en boodschappen doen) tot persoonlijke ondersteuning (de inwoner ergens naartoe brengen of medische zorg en begeleiding). Het college beoordeelt de aard van de hulp op basis van wat er binnen een huishouden normaal gesproken van een huisgenoot kan worden verwacht. Daarbij kijkt het college onder andere of de taken die de huisgenoot moet overnemen specialistische taken zijn, waarvoor je een speciale opleiding moet hebben gevolgd.
Omvang van de ondersteuning
De omvang gaat over de hoeveelheid tijd die de hulp kost en hoe vaak de hulp wordt gegeven. Het college kijkt in welke mate de huisgenoot zich verplicht voelt om deze ondersteuning te bieden en hoe vaak deze hulp nodig is. Stel dat een huisgenoot dagelijks meerdere uren hulp biedt. Dan kan het college dit als een meer intensieve vorm van ondersteuning zien dan hulp die af en toe wordt gegeven of hulp die weinig tijd kost.
Duur van de ondersteuning
De duur gaat over de tijdsperiode waarin de huisgenoot de hulp geeft. Het is belangrijk om te weten of de ondersteuning kort (bijvoorbeeld voor een paar weken) of jarenlang nodig is. Hoe langer de hulp duurt, hoe groter de kans dat er misschien wel specialistische zorg of een maatwerkvoorziening nodig is.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.4
Overige gebruikelijke hulp door huisgenoten
Onderdeel van Beleidsregels voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en de Verordening Wmo 2025 Laren