**1..** De burgemeester trekt de vergunning in indien:
deze ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
de exploitant, dan wel één van de exploitanten, stelt de burgemeester schriftelijk op de hoogte van de beëindiging van de exploitatie.
**2..** De burgemeester kan de vergunning intrekken indien:
gehandeld is of wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend na het verlenen zodanig zijn gewijzigd dat door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste mgeving of het karakter van de straat of de buurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend na het verlenen zodanig zijn gewijzigd dat door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt;
voor de exploitatie van de speelautomatenhal tevens een andere vergunning, melding of ontheffing is vereist en deze vergunning niet is verleend, geaccepteerd, is ingetrokken of geweigerd;
de melding als bedoeld in artikel 12, eerste lid niet tijdig wordt ingediend;
de exploitant niet langer voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen;
gehandeld wordt in strijd met in deze verordening gestelde regels;
de exploitant dan wel beheerder toelaat of gedoogt dat in de speelautomatenhal strafbare of beboetbare feiten worden gepleegd.
HOOFDSTUK 3
Artikel 14
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Speelautomatenhallenverordening Beverwijk 2025