Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.6

Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging

Onderdeel van Handhavingsuitvoeringsprogramma fysieke leefomgeving 2026

Portefeuillehouder Heddema Wat houdt de taak in? Deze taak ziet op het toezicht op de naleving van de regels die bij of krachtens de Omgevingswet gesteld zijn. Het gaat om het handelen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de BRIKS-taken (Bouwen, Reclame, Inrit, Kappen en Slopen). Toezicht op naleving van het Omgevingsplan en de Verordening Fysieke Leefomgeving hoort ook tot deze taak. Ook het toezicht op het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) bij bestaande objecten en bij vergunningvrije bouw behoort tot dit taakveld. Wie voert deze taak uit en hoeveel uren zijn daarvoor beschikbaar? Voor deze taak hebben we 2800 controle-uren beschikbaar. Daarnaast hebben 4760 beleids- en juridische uren beschikbaar. Wat gaan we daarvoor doen? 1.het houden van toezicht op verleende vergunningen. Het leeuwendeel van de werkzaamheden van de inspecteur/toezichthouders bestaat uit het controleren van omgevingsvergunningen. Het gaat daarbij voornamelijk om de activiteiten bouw en omgevingsplanactiviteit. Op jaarbasis hebben we een controlevoorraad van 230 á 250 omgevingsvergunningen. Voor de controle daarvan hebben we circa 1900 uur beschikbaar. Dit betekent dat per vergunning gemiddeld ongeveer 8 uur beschikbaar is. Uiteraard is er onderscheid tussen grote/complexe bouwwerken die ruim meer dan 8 uren kosten en de vele kleine bouwwerken die minder uren kosten. De werkzaamheden bestaan uit voorbereiding, uitvoering van controles en de juridisch administratieve uitwerking. Gezien de beperkte beschikbare uren, controleren we op hoofdlijnen. Accent daarbij ligt op het uitzetten van de bouw, controle van wapening en andere constructieve elementen en het uitvoeren van eindcontroles. De inspecteurs bepalen zelf op basis van aard en grootte van het bouwwerk en overige bijzonderheden de benodigde controlemomenten en stemmen dat af met de bouwer en met externe handhavingspartners. Prioriteit bij de bouwcontroles ligt op constructieve veiligheid, brandveiligheid en duurzaamheid. Tegen afwijkingen op die vlakken treden we zonder meer op. Ook bij maatafwijkingen van meer dan 10% treden we op. Andersoortige overtredingen hebben geen prioriteit en hier zal alleen tegen worden opgetreden naar aanleiding van klachten of handhavingsverzoeken van omwonenden. Ook als het tolereren van een overtreding zou leiden tot anderszins onveilige situatie dan wel tot een stedenbouwkundig exces treden we op (let op: met stedenbouwkundig exces doelen we niet op welstandsexcessen. De gemeente heeft geen welstandexcessenbeleid geformuleerd, waardoor het niet mogelijk is om die gebieden die welstandsvrij zijn, op te treden tegen excessen op het gebied van welstand. Daarbij moet opgemerkt worden dat zich in de afgelopen jaren geen situaties hebben voorgedaan, waarbij het ontbreken van een welstandsexcessenbeleid tot problemen geleid heeft. Bij vermoeden van ondermijning wordt hiervan melding gemaakt bij de adviseurs Openbare Orde en Veiligheid. Wet Kwaliteitsborging Voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 geldt een systeem van kwaliteitsborging. Dit geldt op dit moment alleen voor nieuwbouw van gevolgklasse 1-bouwwerken. Verbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken is vooralsnog uitgezonderd van private kwaliteitsborging. In een kamerbrief van 10 december 2024 heeft de minister aangegeven dat de invoering met onbepaalde tijd is uitgesteld. Bij bouwwerken die vallen onder kwaliteitsborging is geen vergunning vooraf nodig voor de technische bouwactiviteit, maar vindt toetsing van de technische aspecten door een private kwaliteitsborger. Wel zijn er in de wet diverse informatieplichten aan de gemeente opgenomen (bouwmelding met borgingsplan en risicobeoordeling, mededeling start werkzaamheden, mededeling einde werkzaamheden, gereedmelding met verklaring borger en dossier bevoegd gezag). Bouwmelding en gereedmelding zijn belangrijke beoordelingsmomenten voor de gemeente. Deze wet heeft geen gevolgen voor de publiekrechtelijke bevoegdheden die de gemeente heeft in het kader van toezicht en handhaving. De gemeente behoudt voor bouwwerken die vallen onder de werkingssfeer van de wet (gevolgklasse-1 bouwwerken) de toezicht- en handhavingsbevoegdheden en houdt bij overtredingen de beginselplicht om hier tegen op te treden. De gemeente behoudt dus het recht om bij gevolgklasse 1-bouwwerken toezicht uit te oefenen en handhavend op te treden en ook kan het voorkomen dat de gemeente tijdens of na de bouw door de kwaliteitsborger in kennis gesteld wordt van een overtreding. Een andere belangrijke opmerking is dat deze wet alleen van toepassing is op de bouwtechnische aspecten van een bouwwerk dat valt onder werkingssfeer van de wet. De wet heeft geen gevolgen voor andere aspecten die van toepassing zijn op een bouwwerk: de toets aan het Omgevingsplan/afwijking van omgevingsplan: vergunning voor omgevingsplanactiviteit; welstand; andere vergunningen (bijvoorbeeld kappen van bomen, uitweg). De verantwoordelijkheid voor deze andere aspecten bij toetsing, vergunningverlening en toezicht en handhaving blijft een exclusieve gemeentelijke taak. Ondanks dat we onze publiekrechtelijke toezicht en handhavingsbevoegdheid volledig behouden, hebben we voor bouwwerken waar private kwaliteitsborging plaatsvindt, ons toezicht anders vormgegeven. Wij vinden dat inwoners en bouwers niet geconfronteerd moeten worden met zowel de privaatrechtelijke kwaliteitsborger die de bouwtechnische aspecten controleert, als met de gemeente die ook controleert op de bouwtechnische aspecten. Bij bouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen en die door de kwaliteitsborger worden gecontroleerd doen wij in principe geen bouwtechnische controle meer, wij hebben er vertrouwen in dat met private kwaliteitsborging de bouwtechnische kwaliteit van een bouwwerk gegarandeerd wordt middels de aangeleverde stukken. Wanneer komen wij nog wel op de bouw voor een controle van de bouwtechnische aspecten: de private kwaliteitsborger verzoekt om bij een controle aanwezig te zijn; de private kwaliteitsborger doet een melding van een overtreding en de bouwer is ondanks aandringen van de kwaliteitsborger niet genegen de overtreding op te heffen; een derde-belanghebbende doet een formele aanvraag om handhaving: in andere gevallen verwijzen wij betrokkene door naar de kwaliteitsborger; wij hebben ambtshalve het vermoeden dat er een overtreding plaatsvindt. Spoedeisende gevallen uitgezonderd waarin direct gemeentelijk optreden noodzakelijk is, koppelen wij een geconstateerde overtreding ter afhandeling door aan de kwaliteitsborger; voor het uitvoeren van een steekproef. De uitkomst hiervan koppelen we terug aan de kwaliteitsborger. Vooral in de begintijd van de Wkb lijkt het verstandig om toch nog af en toe op de bouw te komen, om te bezien hoe het gaat. Ook in die situaties waarin wij in het beoordelingsproces bijzondere risico’s hebben benoemd die opgenomen moeten worden in de risicobeoordeling kan een steekproef wenselijk zijn; Indien na afloop van de bouw het ‘dossier bevoegd gezag’ wordt ingediend, waarin is aangegeven dat de borger zijn goedkeuring van het bouwwerk niet geeft. Verder zullen we bij dit type bouwwerken de volgende acties uitvoeren: we beoordelen of er vooraf lokale omstandigheden en/of risico’s benoemd moeten worden die in de risicobeoordeling moeten worden meegenomen. Uitgangspunt is dat we dat we hier spaarzaam mee omgaan: Het vooraf meegeven van lokale omstandigheden en risico’s doen we slechts bij wijze van uitzondering: alleen als de specifieke omstandigheden hier om vragen; we beoordelen de volledigheid van de bouwmelding en de daarbij behorende risicobeoordeling en borgingsplan. De beoordeling van het borgingsplan betreft een in beginsel globale beoordeling/beoordeling op hoofdlijnen; we beoordelen de gereedmelding van de bouw en de daarbij behorende stukken, waaronder het dossier bevoegd gezag. Ook dit betreft een beginsel globale beoordeling/beoordeling op hoofdlijnen , omdat we er in principe vanuit mogen gaan dat de borger terecht een verklaring heeft afgegeven dat het bouwwerk voldoet; we zien er op toe dat de vereiste meldingen worden ingediend en dat een kwaliteitsborger wordt ingeschakeld. Het toezien op het inschakelen van een kwaliteitsborger is een toets die aan de voorkant wordt uitgevoerd, bij de melding bouwactiviteit. Maar het kan wellicht ook voorkomen dat mensen bouwen zonder vergunning en dat blijkt dat het een categorie 1-bouwwerk betreft waarvoor indiening van een melding en inschakeling van een kwaliteitsborger noodzakelijk is. De controle van andere aspecten dan bouwtechnische aspecten van bouwwerken vallend onder de Wkb, blijven wij volgens de bestaande toezichtssystematiek uitvoeren. Zo blijven wij de controle uitvoeren van de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit (waaronder uitzetten bouw, eindcontrole). Wij streven er naar om deze controles zoveel mogelijk af te stemmen met de kwaliteitsborger. Daarmee zal voor bouwwerken die vallen onder de Wkb een deel van de inspecteurswerkzaamheden verschuiven van feitelijke controle buiten, naar administratieve controle binnen. De Wkb heeft geen gevolgen voor de prioritering zoals die hierboven, op pagina 15 onder 1, beschreven is. Bij bouwwerken die vallen onder de Wkb maken we, met in achtneming van de beleidsmatige keuzes die wij in dit hoofdstuk gemaakt hebben gebruik van de door de VNG opgestelde Handreiking Toezicht en Handhaving Wkb (als bijlage 3 bijgevoegd). Uitgangspunt daarbij is dat bij bouwactiviteiten waarbij niet voldaan wordt aan de relevante meldingsplichten of waarbij de kwaliteitsborger overtredingen tijdens de bouw constateert handhavend opgetreden wordt. Als de kwaliteitsborger aan het einde van bouwproces geen verklaring afgeeft dat het bouwwerk voldoet, zal in beginsel geen toestemming verleend worden voor ingebruikname van het bouwwerk. Slechts bij zeer hoge uitzondering zal hier van worden afgeweken. Ook daar waar een bouwwerk conform de verklaring van de kwaliteitsborger voldoet aan bouwtechnische regelgeving, maar het bouwwerk afwijkt van de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit zal handhavend worden opgetreden. Als een aanvrager een melding bouwactiviteit indient, maar weigerachtig is om een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit aan te vragen of deze wordt geweigerd, zal handhavend worden opgetreden. Het aantal Wkb-meldingen en gereedmeldingen was in 2025 laag. We willen begin 2026 het Wkb-proces analyseren om de oorzaak daarvan te achterhalen en, indien noodzakelijk, te komen tot verbeteringen. 2.het controleren op illegaliteiten. De inspecteurs hebben 900 uur beschikbaar voor het controleren op illegale bouw, illegale aanleg en illegaal gebruik. Het gaat daarbij om ambtshalve constateringen en om zaken die hun grondslag vinden in klachten of handhavingsverzoeken. Deze capaciteit is voldoende voor het uitvoeren van controles en bijkomende werkzaamheden in circa 40 handhavingszaken. We gaan ervan uit dat circa de helft daarvan zijn grondslag vindt in klachten en/of handhavingsverzoeken. Gelet op de bestaande jurisprudentie pakken we die zonder meer op. Voor de overige uren geldt dat we die reserveren voor die overtredingen die leiden tot stedenbouwkundige excessen (zie onder a inzake welstandsexcessen), veiligheidsproblemen of onaanvaardbare aantasting van de leefbaarheid. Ook natuur en duurzaamheid valt onder prioriteiten. Controle op permanente bewoning van recreatieverblijven valt hier ook onder. In 2025 blijft er gecontroleerd worden op de diverse parken door gemeentelijke inspecteurs. De inspecteurs bepalen zelf de benodigde controlemomenten en stemmen dat waar nodig af met externe handhavingspartners. Als tijdens een controle het vermoeden van ondermijning ontstaat wordt hiervan melding gemaakt bij de beleidsmedewerkers Openbare Orde en Veiligheid. 3.het controleren op Besluit bouwwerken leefomgeving bij bestaande bouwwerken en vergunningvrije bouw. We hebben hier geen uren voor gereserveerd. Dit betekent dat we hier niet structureel en actief op handhaven. Dit neemt echter niet weg dat op basis van meldingen/klachten van inwoners, signalen anderszins, incidenten of ambtshalve vermoedens ontstaan tijdens controlerondes, we wel optreden als zich situaties voordoen waarbij de veiligheid in het geding is. Deze zaken worden met voorrang opgepakt. 4.het voeren van juridische procedures. Het gaat hier om de juridische afwikkeling van door de inspecteurs gedane constateringen en afdoening van klachten. We wikkelen het volledige proces in eigen beheer af, van het horen tot en met de procedure bij rechtbank en Raad van State en uitvoering van dwangmaatregelen. De capaciteit hiervoor sluit aan op de controlecapaciteit. Behandeling van verzoeken in het kader van de Wet open overheid) vallen ook onder dit taakveld. 5.het uitvoeren van projecten op gebied van handhaving. Ariadne-project Het Ariadne project is een samenwerkingsproject van gemeenten, het Openbaar Ministerie, de politie en de provincie Gelderland, dat gemeenten ondersteunt bij het aanpakken van criminaliteit en ondermijning op en rondom de vakantieparken. De gemeente Oldebroek houdt zelf de regie op de aanpak en maakt zelf keuzes. In de zomer van 2023 is besloten om te starten met deelname aan dit project voor park De Wijckel. Er is nog geen concreet voornemen om Ariadne ook op andere parken uit te rollen: voorlopig blijft daar de huidige gemeentelijke aanpak van toepassing. Label c-kantoren Dit project dat zich richt op verduurzamen van kantoren (behalen van minimaal label c). Het project wordt getrokken door de aanjager verduurzaming bedrijven van het cluster Ruimtelijke Ordening en richtte zich in 2024 en 2025 op het informeren en stimuleren van kantooreigenaren om enerzijds het pand te laten certificeren (als er nog geen label aanwezig), dan wel om als het pand niet minimaal label c heeft, maatregelen te nemen om op label c niveau te komen. Mochten pandeigenaren weigerachtig zijn om vrijwillig aan hun verplichtingen, dan kunnen we dat bestuursrechtelijk afdwingen. Anno december 2025 zijn er nog 16 kantoren die niet of verkeerd gelabeld zijn. Die hebben nog een periode om vrijwillig te voldoen. Na de zomer van 2026 zal voor de dan nog resterende kantoren het handhavingstraject in gang gezet worden. 6beleidsmatige werkzaamheden. Tot het taakveld horen diverse beleidsmatige werkzaamheden: afronding jaarverslag 2025 en HUP2026 (1e kwartaal); opstellen jaarverslag 2026 en HUP 2027 (4e kwartaal); actualisering van het meerjaren handhavingsbeleid: opstellen van uitvoerings- en handhavingsstrategie 2026-2030 (vanaf 2e kwartaal) actualisering beleid permanente bewoning loopt door vanuit voorgaande jaren; actualisering van het reclamebeleid loopt door vanuit voorgaande jaren en willen we in 2026 afgerond hebben Dit hangt wel af van een op dit moment lopend onderzoek naar digitale publicatieborden en het hele proces wat daarna gaat lopen; oriëntatie op wenselijkheid invoering stookbeleid Onder de omgevingswet lijken er meer mogelijkheden te zijn voor gemeenten om beleid te ontwikkelen om houtstook in de buitenlucht en middels houtkachels te reguleren. Doel daarvan is enerzijds om meer mogelijkheden te hebben om overlast tegen te gaan en anderzijds kan dit een bijdrage leveren aan het bereiken van klimaat en milieudoelstellingen. We willen in 2026 een verkenning doen naar de mogelijkheden en wenselijkheden (vanaf 2e kwartaal). wolvenbeleid Op dit moment treden wij niet actief handhavend op tegen te hoge afscheidingen die kennelijk bedoeld zijn als beschermingsmaatregelen tegen wolvenaanvallen. We oriënteren ons op de wenselijkheid en noodzakelijkheid om daarvoor concrete kaders vast te stellen (gedoogbeleid)(vanaf 3e kwartaal). gedoogbeleid huisvesting Oekraïense vluchtelingen op particuliere percelen de actualisatie van dit beleid is voorzien voor het 2e en 3e kwartaal. invoering bestuurlijke boete de Omgevingswet biedt beperkte mogelijkheden voor oplegging van een bestuurlijke boete als alternatief voor oplegging van een bestuurlijke dwangmaatregel. Ook de Wet goed verhuurderschap. We willen ons oriënteren op de wenselijkheid om de bestuurlijke boete in te voeren, en zoja daarvoor kaders ontwikkelen. Deze oriëntatie is voorzien in het 3e en 4e kwartaal. juridische kwaliteitszorg We bewaken de kwaliteit van processen en standaarden en passen die zo nodig aan; we zorgen voor implementatie van wetgeving en jurisprudentie; we doen een juridische toetsing en toets op handhaafbaarheid in planologische procedures, principeverzoeken en vergunningaanvragen (jaarrond). We hebben een juridische consultfunctie voor team Ruimte. Wanneer voeren we deze taak uit? Controles en juridische procedures vinden jaarrond plaats. Controles op permanente bewoning vinden plaats buiten de vakantieperioden. De beleidsmatige werkzaamheden vinden deels jaarrond en deels verspreid over het jaar plaats. Welke gevolgen heeft het CUP voor deze taak? Het CUP (2.8) noemt een tweetal zaken die rechtstreeks betrekking hebben op deze handhavingstaak: project aanpak verrommeling (is in 2025 in overeenstemming met commissie en raad afgevoerd); herziening beleid permanente bewoning. Daarnaast bevat het CUP diverse speerpunten die gevolgen hebben voor de prioritering in de handhaving. Een aantal bestaande handhavingsprioriteiten sluit aan op speerpunten uit het CUP: ondermijning (CUP 2.1); veiligheid (CUP 2.1); leefbaarheid (CUP 2.8); duurzaamheid (CUP 2.7 en 2.8); permanente bewoning van recreatieverblijven (CUP 2.8). Het CUP heeft 1 nieuwe prioriteit tot gevolg aantasting van natuur Toelichting In het CUP (2.5) is “versterking natuur” als speerpunt opgenomen In de HUP’s van de afgelopen jaren was aantasting van natuur niet expliciet benoemd als handhavingsprioriteit. Dat neemt niet weg dat illegaliteiten die leidden tot aantasting van natuur waar nodig wel opgepakt zijn. Deze feitelijke praktijk bedden we nu beleidsmatig in door aantasting van natuur ook expliciet in het HUP te benoemen. Tegen aantastingen van natuur treden we enerzijds op vanuit onze eigen bevoegdheden als bevoegd gezag en anderzijds door overtredingen door te melden aan andere bevoegde gezagen (m.n. waterschap en provincie) De volgende punten hebben als gevolg van het CUP in beginsel geen prioriteit. bewoning van een bijgebouw bij een woning; mits: voldaan wordt aan Besluit bouwwerken leefomgeving; leefbaarheid, natuur etc. niet aangetast wordt; derden geen verzoek om handhaving indienen. Toelichting Het CUP (2.8) noemt “een passende woning voor u” als speerpunt ”We willen dat iedere inwoner van de gemeente Oldebroek in 2030 een passende woning heeft en hier zijn/haar eigen bijdrage aan kan leveren”. Ook ontwikkelingen in het woonbeleid (“notitie kleinschalige woningbouwinitiatieven”) maken het wenselijk om, zij het onder voorwaarden, een pas op de plaats te maken waar het gaat om de aanpak van bewoning van bijgebouwen (mits voldaan wordt aan de hierboven genoemde punten). In 2022 hebben we een gedoogregeling ontworpen voor opvang van Oekraïense vluchtelingen in onder meer bijgebouwen. Hoewel gedogen om juridische redenen geen oplossing kan bieden voor de lange termijn, hebben we bij de toepassing van dit beleid wel geleerd dat bijgebouwen op vrij eenvoudige wijze geschikt gemaakt kunnen worden bewoning, zonder dat ten koste hoeft te gaan van de veiligheid en de leefbaarheid. Bij illegale bewoning van bijgebouwen, waarbij voldaan wordt aan bovenstaande voorwaarden, willen we de handhaving tijdelijk opschorten om betrokkenen zodoende de gelegenheid te geven de planologische omzetting (op basis “notitie kleinschalige woningbouwinitiatieven”) van bijgebouw naar woning nader te onderzoeken) en hiervoor een aanvraag te doen. bedrijvigheid op gronden/in opstallen waar het omgevingsplan geen bedrijvigheid toelaat, mits gebruikt gemaakt wordt van bestaande opstallen (geen nieuwbouw); de leefbaarheid en de natuur niet aangetast worden; voldaan wordt aan de relevante milieuregels; derden geen verzoek om handhaving indienen; de bedrijvigheid op termijn verplaatst wordt naar een locatie met een toereikende bestemming. Toelichting In het CUP (2.3) is “een goed ondernemersklimaat bieden” opgenomen als speerpunt. “Ondernemers willen we een goed ondernemersklimaat bieden. Wij stimuleren het organiserend en innovatief vermogen. We denken graag vanuit mogelijkheden met onze ondernemers mee” Veel bedrijvigheid ontstaat kleinschalig en begint vaak in opstallen zonder toereikende bestemming. Voor startende ondernemers kan een officiële bedrijfslocatie nog een stap te ver zijn. Investeren in een officiële bedrijfslocatie op een bedrijventerrein komt dan pas in beeld als de levensvatbaarheid en toekomstbestendigheid van het bedrijf voldoende is gebleken. Daar komt bij dat er op dit moment weinig bedrijfskavels voorhanden zijn. Dat geeft voldoende reden om onder voorwaarden vooralsnog pas op te plaats te maken (opschorten van de handhaving) waar het gaat om de aanpak van bedrijvigheid op percelen waar geen toereikende bestemming op rust. Dit is echter geen vrijbrief om zo maar ergens bedrijvigheid te starten. Per geval zal een individuele ruimtelijk afweging gemaakt worden of de bedrijvigheid op die locatie kan worden toegestaan, en zo ja in welke mate en hoe lang. Uitgangspunt daarbij is dat de onderneming op termijn verplaatst naar een legale locatie. Als uit de afweging blijkt dat de onderneming niet op de betreffende locatie uitgeoefend kan worden, zal deze beëindigd moeten worden.

Rechtspraak bij dit artikel