Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.8

Wet goed verhuurderschap

Onderdeel van Handhavingsuitvoeringsprogramma fysieke leefomgeving 2026

Portefeuillehouder Heddema Wat houdt de taak in? Sinds 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap van kracht. De aanleiding voor deze wet is het feit dat huurders op de Nederlandse huurmarkt nog te vaak te maken met onbetrouwbare verhuurders en misstanden. Bijvoorbeeld discriminatie, intimidatie of te hoge huren. De Wet goed verhuurderschap bestaat uit regels waaraan verhuurders zich moeten houden om ongewenst verhuurgedrag tegen te gaan. De wet beschermt woningzoekenden en huurders. Deze kunnen ongewenst verhuurgedrag melden bij de gemeente. Afhankelijk van de inhoud van de melding en de ernst van de overtreding kan de gemeente handhavend op treden of de melder helpen, bijvoorbeeld door deze te informeren over de juridische mogelijkheden of door te verwijzen naar bijvoorbeeld de huurcommissie of het meldpunt discriminatie. De gemeente heeft op basis van de wet alleen mogelijkheden om op te treden tegen particuliere verhuurders. Gaat een melding over een woningcorporatie dan geldt de klachtenprocedure van de woningcorporatie zelf en zullen we de melding doorsturen naar deze woningcorporatie. De wet noemt 7 regels waar een verhuurder aan moet voldoen zijn: Niet discrimineren; Niet intimideren; Maximaal 2 maanden kale huur aan borg vragen; Geen onredelijke servicekosten vragen; Een schriftelijk huurcontract maken; De huurders schriftelijk informeren over rechten en plichten; de hoogte van de borg en wanneer huurders die terugkrijgen als het huurcontract stopt; contactgegevens van de verhuurder; informatie over het meldpunt ongewenst verhuurgedrag; de servicekosten; Verhuurbemiddelaars mogen geen bemiddelingskosten aan de huurder vragen. Om buitenlandse werknemers beter te beschermen moeten verhuurders zich aan extra regels houden. Een huurovereenkomst moet apart van de arbeidsovereenkomst worden vastgelegd. Ook moet de verhuurder de huurders schriftelijk informeren in een taal naar voorkeur Wijziging per 1 januari 2025 Op 1 juli 2024 is de Wet betaalbare huur in werking getreden. Mede vanwege deze wet zijn er op 1 juli 2024 veel regels voor huurwoningen gewijzigd. De bekendste en belangrijkste maatregel is dat de huurprijsbescherming is uitgebreid naar het middensegment. Deze wet zorgt ook dat gemeenten, in het kader van goed verhuurderschap, vanaf 1 januari 2025 de bevoegdheid hebben om te handhaven als verhuurders zich niet houden aan de huurprijsbescherming. Het gaat om het vragen van een te hoge huurprijs of het doorvoeren van een te hoge huurverhoging. In tegenstelling tot de andere regels voor goed verhuurderschap hebben gemeenten ook de bevoegdheid om te handhaven bij woningcorporaties in het geval dat zij zich niet houden aan de huurprijsbeschermingsregeling Meldpunt ongewenst verhuurgedrag Op de gemeentelijke website hebben we informatie gezet over de wet en de wijze waarop meldingen kunnen worden ingediend (meldpunt ongewenst verhuurgedrag). Meldingen kunnen per webformulier, email, brief, telefoon of mondeling worden ingediend. Vaststelling verordening en instellen vergunningplicht De wet biedt een facultatieve mogelijkheid tot het vaststellen van een verordening met daarin een vergunningplicht voor verhuurders. Dit is alleen mogelijk als een dergelijke vergunningplicht noodzakelijk en geschikt is voor het behoud van de leefbaarheid in bepaalde wijken. Deze noodzaak is op dit moment niet aanwezig. Wie voert deze taak uit en hoeveel uren zijn daarvoor beschikbaar? In 2024 hadden we slechts 4 meldingen. De verwachting was dat ook na de wijziging per 1 januari 2025 het aantal meldingen zeer gering zal zijn en dat meldingen die gaan over de huurprijs hoofdzakelijk afgedaan kunnen worden door doorverwijzing naar de huurcommissie (zie onder Wat gaan we daarvoor doen). Dat betekent dat we er in 2025 vanuit gegaan zijn dat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd binnen de bestaande capaciteit van de inspecteurs, boa’s en juristen en er dus geen uren specifiek voor deze taak gereserveerd hoeven te worden. Onze verwachting is uitgekomen: we hadden in 2025 slechts 1 melding. Deze kon binnen de bestaande capaciteit uitgevoerd worden. Wij gaan ervan uit dat ook in 2026 het aantal meldingen laag zal zijn. Wat gaan we daarvoor doen? De afhandeling van meldingen gebeurt door het cluster Toezicht en Handhaving van het team Ruimte. De bestaande inspecteurs en boa’s zijn aangewezen als toezichthouders in de zin van de Wet goed verhuurderschap. Binnengekomen meldingen zullen binnen de reguliere werkvoorraad van het team worden afgehandeld. Afhankelijk van de inhoud van de melding zullen we de melder: voorlichting geven, doorverwijzen naar de woningcorporatie, de huurcommissie of het antidiscriminatie; een informeel traject starten (bemiddeling tussen verhuurder en huurder) en/of een formeel handhavingstraject tegen de verhuurder in gang zetten. Huurders die een klacht hebben over de huurprijs worden in eerste instantie verwezen naar de huurcommissie. Lukt het niet om via de huurcommissie tot een oplossing te komen, dan kunnen ze een melding bij de gemeente indienen. De wijze van omgang met meldingen en handhavingsverzoeken willen we vastleggen in een handelingskader. Die staat op de planning voor het tweede kwartaal. Wanneer voeren we deze taak uit? Deze taken worden jaarrond uitgevoerd. Welke gevolgen heeft het CUP voor deze taak? De uitvoering van deze taak sluit aan op diverse in het CUP opgenomen speerpunten: ondermijning (CUP 2.1); veiligheid (CUP 2.1); leefbaarheid (CUP 2.8); passende woonruimte voor u (CUP2.8).

Rechtspraak bij dit artikel