Gelijktijdig met de Ow is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) in werking getreden. Deze wet – die als doel heeft om de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren – heeft ingrijpende gevolgen voor het proces van bouwen, vergunningverlening en toezicht.
Private kwaliteitsborgers houden toezicht op het bouwproces van gevolgklasse 1 (met uitzondering van verbouw) en de aansprakelijkheid van aannemers is verruimd. Het bouwproces van deze activiteiten moet worden ingericht volgens toegelaten instrumenten. Wel geldt er (in sommige gevallen) een meldingsplicht.
De Wkb is op 1 januari 2024 stapsgewijs in werking getreden, beginnend met nieuwe bouwwerken in gevolgklasse 1 met uitzondering van verbouw. Gevolgklasse 1 houdt in dat het bouwwerk beperkte persoonlijke gevolgen heeft. Hierbij kan gedacht worden aan woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen.
Hoewel de Wkb voor verbouwwerkzaamheden en renovatie zou gelden vanaf 1 juli 2025 is dit uitgesteld, zonder dat een nieuwe datum bekend is. Uiterlijk op 1 januari 2027 zal een evaluatie plaatsvinden naar de regels voor kwaliteitsborging.
Afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie volgen daarna (al dan niet gelijktijdig) de bouwwerken in de hogere risicoklassen (gevolgklasse 2 en 3).
Onder gevolgklasse 2 worden de bouwwerken verstaan welke een reële kans op persoonlijke gevolgen hebben als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Hierbij valt te denken aan bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen en woongebouwen tot 70 meter hoogte.
Gevolgklasse 3 betreft bouwwerken waar kans is op aanzienlijke persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Hieronder vallen bouwwerken zoals metrostations, voetbalstadions, ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 meter.
Vooralsnog is de gemeente dus aan zet voor gevolgklasse 2 en 3. Gevolgklasse 2 zal een enkele keer aan bod komen en naar verwachting zullen (ook) in 2026 geen aanvragen worden ingediend uit gevolgklasse 3.
Daarnaast zullen er meldingen worden ingediend voor bouwwerken vallend in gevolgklasse 1. Deze meldingen moeten ingediend worden in plaats van het aanvragen van een omgevingsvergunning.
Wij beoordelen de startmelding op diverse aspecten zoals:
wat wordt er gebouwd?;
wie is de kwaliteitsborger?;
met welk instrument wordt gewerkt?;
is er een risicobeoordeling?;
is er een borgingsplan?
In de gereedmelding wordt gecontroleerd of de verklaring van de kwaliteitsborger aanwezig is.
In bepaalde gevallen geldt een uitzondering waardoor voor bouwwerken vallend in gevolgklasse 1 toch een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd in plaats van dat de bouw begeleid wordt door een kwaliteitsborger en er een melding ingediend moet worden bij de gemeente. Deze uitzonderingen zijn er bijvoorbeeld voor monumenten, als er een gebruiksmelding nodig is voor het brandveilig gebruik van het bouwwerk of wanneer een beroep wordt gedaan op een gelijkwaardige maatregel. In dat geval behandelen wij als gemeente de omgevingsvergunningaanvraag. Deze aanvragen kunnen net als andere aanvragen voor een omgevingsvergunning worden ingediend via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (hierna: DSO).
In de gemeente Cranendonck geldt een aantal bijzondere lokale omstandigheden. Een bijzondere lokale omstandigheid is een lokaal risico waardoor het resultaat van een bouwactiviteit wellicht niet aan de bouwtechnische regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) voldoet.
Elke gemeente dient dergelijke bijzondere lokale omstandigheden kenbaar maken. De bijzondere lokale omstandigheden van de gemeente Cranendonck zijn kenbaar gemaakt op de website: https://www.cranendonck.nl/wet-kwaliteitsborging-voor-het-bouwen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.2
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Onderdeel van VTH-Omgevingsuitvoeringsprogramma 2026 Gemeente Cranendonck