Ter beperking van het gemeentelijk risico worden hieraan de volgende voorwaarden gesteld:
Het besluit om een lening of garantie te verstrekken moet worden genomen door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 160 lid 1 sub d van de Gemeentewet. De lenings-, garantie- en overige overeenkomsten die op basis van dit besluit worden afgesloten worden op grond van art. 171 lid 1 van de Gemeentewet ondertekend door de burgemeester;
Bij garanties moet de geldgever zich verbinden zonder toestemming van het college geen uitstel van betaling te geven, bij niet voldoening van enige verplichting van de geldnemer daarvan het college zo spoedig mogelijk in kennis te stellen en jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het jaar aan het college een opgave te verstrekken van de restantschuld van de lening per 31 december van het voorafgaande jaar;
De instelling die een lening of een garantie krijgt betaalt jaarlijks aan de gemeente een marktconforme rente dan wel garantiepremie, die overeenkomt met de richtlijnen van de Europese Unie; bij verstrekking van een lening worden tevens de directe kosten van het aantrekken in rekening gebracht;
Met betrekking tot roerende en onroerende goederen die met de gegarandeerde of verstrekte geldleningen worden aangeschaft kunnen nader in te vullen zekerheidseisen worden gesteld, zoals het vestigen van het recht van hypotheek;
Garanties voor financiering van investeringen in de sportsector voor niet-commercieel ingestelde verenigingen geschieden uitsluitend op voorwaarde dat de Stichting Waarborgfonds Sport zich eveneens voor minimaal 40%, garant stelt;
De garantie- of lening verkrijgende instelling dient haar jaarrekening of vergelijkbare stukken binnen zes maanden na afloop van het jaar ter beschikking te stellen aan het college. Het college draagt zorg voor een tijdige aanlevering en bepaalt bij niet naleven hiervan per geval de consequenties, te ondernemen stappen en gevolgen;
Gedurende het bestaan van de garantie- of leningsovereenkomst mag de verkrijgende instelling de bezittingen die met de lening zijn gefinancierd niet veranderen of afbreken, noch bezwaren of vervreemden zonder toestemming van het college. Afhankelijk van de grootte van het risico kan dit tevens worden bepaald voor overige nader aan te wijzen bezittingen van de instelling;
De door de gemeente betaalde bedragen uit hoofde van de garantiestelling blijven als een direct opeisbare schuld op de instelling rusten. Over deze vordering wordt door de gemeente rente in rekening gebracht volgens een door het college bij het aangaan van de garantie te bepalen percentage.
Artikel 13
Voorwaarden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden
Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Geldrop-Mierlo 2026