Linten in het stedelijk landschap (nummers 2, 5 en 8) zijn vaak niet meer als zodanig herkenbaar en daar waar herkenbaar redelijk intensief bebouwd. Naast de groene begeleiding van de linten (veelal gevormd door groenstroken met bomen) zijn er ook onbebouwde groen ingerichte ruimtes gekoppeld aan de linten. Deze waardevolle elementen/structuren maken veelal onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur. Het betreffen naast groen vormgegeven ruimtes, in de vorm van parken, ook waardevolle doorgaande watergangen/ groenstructuren die het lint kruisen. Uitgangspunt is dat deze karakteristieke ruimtes gevrijwaard blijven van nieuwe lintbebouwing. Het volbouwen en verdichten van het lint is hier dan ook niet toegestaan. Wat wel tot de mogelijkheden behoort in de stedelijke linten is:
reeds bebouwde percelen efficiënter en duurzamer te bebouwen en hier onder voorwaarden een hogere bebouwingsdichtheid toe te staan (bestaande percelen dienen wel voldoende diep dan wel breed te zijn)
vervangen/transformeren van bestaande, leegstaande en niet efficiënte gebouwen door nieuwe duurzame (woon)bebouwing
toestaan tweedelijns bebouwing gekoppeld aan een significante kwaliteitsverbetering (bestaande voldoende diepe percelen efficiënter aanwenden voor woonbebouwing)
Te behouden waardevolle structuren en karakteristieke elementen en verbindingen in stedelijk landschap
Wanneer sprake is van een van deze mogelijkheden dient bij de verdere uitwerking aangesloten te worden bij de bestaande karakteristieken en dient voldaan te worden, voor zover deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling, aan de uitgangspunten in dit hoofdstuk. Daarnaast vormen de overgangen naar het buitengebied belangrijke punten in de ruimtelijke hoofdopzet van IJsselstein. Ontwikkelingen in de directe nabijheid van deze overgangen dienen apart beoordeeld te worden en vragen om maatwerk.
Eén centrale ontsluiting