Erfinrichting
Een erf is een ensemble van gebouwen en beplanting die een sterke samenhang vertonen en gegroepeerd zijn in en aan een gemeenschappelijke ruimte met één duidelijke hoofdentree
Erfinrichting geïnspireerd door gebiedseigen voorbeelden, natuurvriendelijke oever en streekeigen beplanting toepassen
De situering van gebouwen dient dusdanig te zijn dat waardevolle doorzichten naar het landschap en zichtlijnen in samenhang met het omliggende landschap behouden blijven en waar mogelijk versterkt. Ten aanzien van de gebieden die onderdeel uitmaken van het Agrarisch cultuurlandschap dient bij de situering van de gebouwen rekening gehouden te worden met de aanwezige ontginningsstructuur en - richting. Beplanting wordt ingezet om landschapsstructuren te benadrukken.
Waardeer de historische structuur van het landschap. De bestaande groen- en waterstructuur wordt behouden, versterkt dan wel teruggebracht, hierbij rekening houdend met voedsel-, schuil- en nestgelegenheden voor allerlei soorten dieren
Aandacht wordt gevraagd voor voorzieningen, zoals fietsenstallingen, afvalcontainers en trafo’s, die zichtbaar zijn vanaf het lint. Deze bouwwerken dienen zorgvuldig te worden vormgegeven ten behoeve van het landelijke, groene en cultuurhistorische karakter van de linten (gedekte kleurstelling en eenvoudige vormgeving)
De inrichting van het erf biedt ruimte voor (voldoende) waterberging
Zo min mogelijk verharding, het streven is naar een groene erfuitstraling
De bestrating in het erf en de toegangsweg wordt vormgegeven door een gebakken klinker (aardekleur zoals bruin, donkerrood en geel) dan wel een (half) open verharding (zoals grind, gebroken puin, gravel)
Bezoekersparkeren dient binnen het erf op informele wijze opgelost te worden en integraal onderdeel te vormen van het nog op te stellen inrichtingsplan
Parkeerplaatsen op het erf worden vormgegeven middels een halfverharding (zoals grind, gravel, grasbeton)
Er dient een erfinrichtingsplan en beplantingsplan ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de gemeente en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Storende elementen, zoals silo’s of parkeren, worden door het toepassen van erfbeplanting op een goede wijze ingepast als onderdeel van een totaalontwerp
De erfbeplanting is van kleine schaal op het voorerf en van grote schaal op het achtererf. Op het voorerf is een meer gecultiveerde vorm van beplanting toegestaan. De beplanting op het achtererf dient landschappelijk te zijn
Gebruik gebiedseigen (traditionele) beplanting:
In de directe nabijheid van gebouwen: winterlinde, witte paardenkastanje, tamme kastanje, gewone es, ruwe berk, zomereik en gewone of rode Beuk;
Op het erf: zwarte els, iep, gewone es, schietwilg, gewone esdoorn, zwarte populier en diverse fruitbomen;
Erfafscheidingen: zwarte els, knotwilg, meidoorn, hazelaar, gewone vlier en wilde lijsterbes;
Siertuin aan de representatieve zijde; boomsoorten zoals leilinde en knotwilg, hagen zoals haagbeuk en veldesdoorn, heesters zoals kornoelje, jasmijn en hazelaar, verschillende vaste planten zoals gele zonnehoed, vrouwenmantel en Zeeuws knoopje
Erfranden
Hoge erfafscheidingen aan voor- en zijkanten langs de openbare ruimte (representatieve zijdes) zijn niet toegestaan. Indien hagen worden toegepast aan de representatieve zijdes zijn deze niet hoger dan 1 meter en bestaan deze uit inheemse soorten (bijvoorbeeld een combinatie van liguster, meidoorn, esdoorn en beuk)
Bruggen blijven in grootte en verschijningsvorm ondergeschikt aan de grootte van de wetering, zodat de continuïteit van de wetering zichtbaar blijft. Bruggen zijn dus plat en eventueel voorzien van een laag hek
Erfbebouwing grenst met de voorgevel direct aan het erf. Hoofdgebouw kan van het erf worden gescheiden middels een lage haag als onderdeel van het totaalontwerp
Door het erf (aan twee tot drie zijden) groen in te kaderen, krijgt deze een duidelijke functie in het landschap. De individualiteit van een erf wordt hiermee benadrukt en aaneensluiting van erven wordt hiermee voorkomen (erven niet samenvoegen tot één groot erf maar individueel beleefbaar houden, behoud van zichtlijnen op het buitengebied tussen de erven)
Linten behouden hun lineaire karakter, daarbij heeft de achterzijde van het erf een direct contact met het landschap en de voorzijde grenst direct aan de openbare weg of waterloop
Perceelranden
De randen van de percelen, zij- en achterkant, in het stedelijke landschap van de linten worden bepaald door veel groen waardoor een duidelijke afscherming naar achterliggende bebouwing wordt gevormd
De zijdelingse randen van de percelen in het veenweidelandschap en rivier- en uiterwaardenlandschap worden bepaald door veel groen, waardoor de percelen landschappelijk zijn ingepast
De randen aan de achterzijde van de percelen in het veenweidelandschap en rivier- en uiterwaardenlandschap worden bepaald door het open karakter en een zorgvuldige vormgeving ten behoeve van de tweede (of derde) representatieve zijde
Waterberging op het voorerf & gebiedseigen beplanting
Erfrand
Compact agrarisch erfprincipe
Perceelranden
Voorerf bedrijfsbebouwing