Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 12.

Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een Pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Ameland 2026

1.. Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een Pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger daartoe een Pgb-plan in. In het Pgb-plan is opgenomen: Een overtuigende motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens de jeugdige of zijn ouder(s) niet passend is; welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen inkopen met een Pgb, inclusief het beoogde resultaat is, de duur en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; gegevens over de uitvoerder van de individuele voorziening in de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; bij informele hulp: welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; een motivering aan de hand van de tien punten benoemd in artikel 13 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. 2.. Het college verstrekt uitsluitend een Pgb als: de individuele voorziening in natura, die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, gemotiveerd niet passend is; uit de beoordeling van de Pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 13 blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een Pgb met zich meebrengt; naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 15 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het Pgb-plan opgenomen beoogde resultaat. 3.. Het college verstrekt geen Pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag: fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf; op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder. 4.. Het college weigert een Pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is. 5.. Voor informele hulp als bedoeld in artikel 14 wordt alleen een PGB verstrekt voor de profielen genoemd in artikel 2, te weten A: Enkelvoudige Specialistische Jeugdhulp, E: Begeleiding en Ondersteuning, en I: Logeren. Dit in verband met de doelmatigheid van de geboden hulp in combinatie met de complexere problematiek in de andere profielen. Tenzij het college anders besluit in belang van het kind.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel