Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 5.

Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Ameland 2026

1.. Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 6 weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. In overleg met het college kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger de aanvraag lopende het onderzoek wijzigen. 2.. Het college wijst voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5, van de wet en van gratis cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 3.. Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hen gedurende 2 weken na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan. 4.. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger afzien van een onderzoek als de aanvraag wordt ingetrokken. Dat wordt schriftelijk bevestigd. 5.. Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1, van de Wet op de identificatieplicht. 6.. Het college onderzoekt wanneer een jeugdige of een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger zich meldt met een vraag over jeugdhulp met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger: wat de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s) is, wat die hulpvraag heeft doen ontstaan en stelt deze vast; de behoefte aan ondersteuning, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en/of ouder(s), de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; of er sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptie gerelateerde problemen en zo ja dan onderzoekt het college achtereenvolgens: welke problemen of stoornissen dit zijn; welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, overige voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s); indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. 7.. Als de jeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger een familiegroepsplan aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord. 8.. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden er bestaan om onder bepaalde voorwaarden te kiezen voor de verstrekking van een Pgb. De jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordigers wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel