De normtijden zijn gebaseerd op de CIZ-indicatiewijzer, een instrument dat vóór 2015 werd gebruikt om de benodigde zorg te bepalen. Deze richtlijnen bieden houvast bij het inschatten van de tijd die bovengebruikelijke hulp vraagt en zijn gebaseerd op 4 criteria.
Leeftijd van de jeugdige: Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met verschillen die tussen jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie bestaan. Ook bij gezonde jeugdigen van dezelfde leeftijd heeft de ene jeugdige meer zorg en begeleiding nodig en is de ander sneller zelfstandiger en minder hulpbehoevend.
Aard van de zorghandelingen: Voor zorghandelingen die de jeugdige zelfstandig kan uitvoeren, hoeft geen hulp te worden toegekend. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Het gaat dan om handelingen die een gebruikelijke hulphandeling vervangen, zoals het geven van sondevoeding in plaats van eten. Of om handelingen die in samenhang met reguliere zorgmomenten kunnen worden geboden, zoals het geven van medicijnen.
Frequentie en patroon van de zorghandelingen: Zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind – zoals 3 keer eten per dag – kunnen als gebruikelijke hulp worden aangemerkt. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met die zorgsituaties waarbij ouders voortdurend in de nabijheid moeten zijn om onplanbare zorg en toezicht te leveren vanwege de (chronische) aandoening, stoornissen en beperkingen van het kind. Zie daarover ook onderdeel 3.2 van deze beleidsregels.
Tijdsomvang van de zorghandelingen: de omvang van de tijd die met de zorghandelingen is gemoeid, kan ervoor zorgen dat er niet langer sprake is van gebruikelijke hulp.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.2
Normtijden bovengebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Beverwijk 2026