Het deelgebied waarop dit artikel (de aangepaste waarde) betrekking heeft is weergegeven op de tekening in bijlage 2 (‘Gebieden waarvoor de aangepaste waarden (artikel 4, 5 en 6) gelden’), met een blauwe kleur arcering. Het betreft het gebied dat in bijlage 1 met ‘B’ is aangegeven. In afwijking van de afstand genoemd in artikel 4, eerste lid, onder a van de Wet geurhinder en veehouderij (100 meter), bedraagt de in artikel 4, eerste lid bedoelde afstand 50 meter.
Toelichting bij de artikelen 4 tot en met 8:De aangepaste waarden (geurnormen) (artikelen 4 tot en met 7) en de aangepaste afstand (artikel 8) gelden voor geurgevoelige objecten die zijn gelegen binnen het aangegeven gebied en binnen de bebouwde kom. Deze gelden niet voor geurgevoelige objecten als bedoeld in artikel 3, tweede lid en artikel 14, tweede en derde lid van de Wet geurhinder en veehouderij. Het gaat hierbij om geurgevoelige objecten die behoren tot een veehouderij of daartoe op of na 19 maart 2000 behoord hebben of die op of na 19 maart 2000 op een voormalig agrarisch perceel zijn gerealiseerd in het kader van de Regeling beëindiging veehouderijtakken.