Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening Wmo Son en Breugel 2026

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanvraag: het formele verzoek van een inwoner aan het college om een besluit te nemen over maatschappelijke ondersteuning; algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, die naar algemeen aanvaardbare opvattingen gangbaar is onder de bevolking financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau en een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is; andere voorziening: voorziening die de cliënt kan ontvangen op grond van andere wet- en regelgeving dan de Wmo 2015, bijvoorbeeld de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg; beschikking: het formele besluit dat het college neemt over de aanvraag; bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a van de wet; budgetbeheerder: de vertegenwoordiger die namens de budgethouder het pgb beheert; budgethouder: de cliënt die op een pgb ontvangt en daarmee zelf zorg of ondersteuning inkoopt; cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening is verstrekt of door wie of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet; CMD (Centrum voor Maatschappelijke Deelname): een netwerkorganisatie waar inwoners van Son en Breugel bij één loket terecht kunnen met alle vragen en opmerkingen op het terrein van welzijn, wonen, werk en zorg (inclusief ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers); college: college van burgemeester en wethouders van Son en Breugel; eigen kracht: de mate waarin een aanvrager zelfstandig, al dan niet met hulp van het sociale netwerk, mantelzorg, (boven)gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorziening of algemene voorziening in staat is tot zelfredzaamheid en participatie of wordt voorzien in de behoefte aan beschermd wonen of opvang, waarbij in beginsel verwacht wordt dat de aanvrager – mits daartoe in staat - meewerkt aan het verminderen of wegnemen van de beperkingen; financiële tegemoetkoming: een maatwerkvoorziening in de vorm van een geldbedrag die de inwoner in staat stelt om de goedkoopst compenserende voorziening te bekostigen, mits dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van de aanvrager; formele aanbieder: een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, b, c, d of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg en die meerdere werknemers in dienst heeft of die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel; gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders/verzorgers, inwonende kinderen of andere huisgenoten en waarvoor geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt indien gebruikelijke hulp daadwerkelijk beschikbaar is en in de gegeven omstandigheden verwacht kan worden; gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft; hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; huisgenoot: partners, ouders en kinderen die met elkaar in een huis wonen zijn huisgenoten. Ook anderen kunnen als huisgenoot worden aangemerkt als zij feitelijk met de cliënt in hetzelfde huis wonen en uit factoren blijkt dat zij in een bepaalde mate (sociaal en/of financieel) een relatie onderhouden met de cliënt waardoor van hen in redelijkheid mag worden verwacht dat zij gebruikelijke hulp bieden aan de cliënt. Als anderen een commerciële huurrelatie hebben met cliënt, zijn zij geen huisgenoot in de zin van de Wmo; hulpmiddel: roerende zaak die bedoeld is om beperkingen in de zelfredzaamheid of de participatie te verminderen of weg te nemen; informele hulpverlener: een persoon die al dan niet binnen het eigen sociale netwerk, aan een ouder of familielid zorg levert, die niet voldoet aan de voorwaarden en kwaliteitseisen zoals die door de gemeente in deze verordening zijn gesteld; inwoner: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Son en Breugel; maatwerkvoorziening: diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, die zijn afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een inwoner in het belang van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang; mantelzorg: kosteloze hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Ook minder intensieve hulp, de hulp aan huisgenoten en de hulp aan bewoners in een Wmo woonvorm zijn meegenomen. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan de zogenoemde ‘gebruikelijke hulp'; melding: het kenbaar maken van de hulpvraag een inwoner of iemand uit het netwerk van de inwoner aan het college; nadere regels: een praktische uitwerking van deze verordening; onderzoek: het college voert een onderzoek uit om de hulpvraag en de benodigde ondersteuning te beoordelen. Het onderzoek wordt uitgevoerd na het indienen van een melding. Het college heeft hiervoor zes weken de tijd. Na het onderzoek kan een inwoner een aanvraag indienen; participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer. Dit wil zeggen dat iemand, ondanks zijn lichamelijke en of verstandelijke beperking(en) en/ of psychische/psychosociale aandoening(en), op gelijke voet anderen in redelijke mate kan ontmoeten, contacten kan onderhouden, boodschappen kan doen, zich kan verplaatsen en aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen; persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2., vierde lid onderdeel a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; persoonsgebonden budget (pgb): bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan door de budgetbeheerder voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren welke een cliënt van derden heeft betrokken; pgb-plan: door cliënt en/of zijn vertegenwoordiger opgesteld plan waarin is opgenomen hoe het persoonsgebonden budget wordt besteed en met een concrete invulling van de te ontvangen ondersteuning; sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; verslag: schriftelijke weergave van het gesprek; vertegenwoordiger: een persoon die namens een inwoner optreedt bij de aanvraag en het beheer van Wmo ondersteuning. Dit kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn, zoals een curator of mentor, maar ook een gemachtigde of een door de persoon zelf aangewezen vertegenwoordiger. vervoersvoorziening: ondersteuning die betrekking heeft op het compenseren van een vervoersbeperking, en/of ondersteuning ten behoeve van het maatschappelijk participeren voor een persoon die beperkingen ondervindt in het verplaatsen en voor wie het gebruiken en/of bereiken van het openbaar vervoer niet mogelijk is; wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; woonvoorziening: roerende zaak dan wel bouwkundige of woon-technische aanpassing van een woning of voorziening voor verhuis- en inrichtingskosten; zelfredzaamheid: het in staat zijn tot het (uit)voeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en een gestructureerd huishouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel