Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor de voorziening wordt verstrekt.
Bij materiële voorzieningen is de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt gelijk aan de economische afschrijvingstermijn van de vergelijkbare in natura verstrekte voorzieningen.
In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor volgende maatwerkvoorzieningen:
rolstoelen;
woningaanpassing voor een minderjarige cliënt;
sportvoorzieningen;
bezoekbaar maken van een woning;
tijdelijke huisvesting;
huurderving;
het verwijderen van een woonvoorziening;
woonsanering;
verhuis- en herinrichtingskosten.
In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet is de cliënt met een indicatie voor het collectief vraagafhankelijk vervoer een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik daarvan. Dit bestaat uit een opstaptarief en een bijdrage per kilometer op het niveau van het in de regio geldende standaardtarief van openbaar vervoer.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.9
Voorwaarden voor de eigen bijdrage
Onderdeel van Verordening Wmo Son en Breugel 2026