Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Regels voor een persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening Wmo Son en Breugel 2026

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6. van de wet. Het college verstrekt een pgb als: de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget geleverd wenst te ontvangen; uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 4.2 blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 4.4 is gewaarborgd dat de ondersteuning die de cliënt dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat. Indien de cliënt ondersteuning of begeleiding wenst te betrekken van een persoon uit het sociale netwerk: wordt door de cliënt gemotiveerd aangegeven dat dit tot een gelijkwaardig, of beter resultaat leidt, dan bij de inzet van een professional; kan het college via een onafhankelijke en daartoe deskundige derde laten toetsen of deze persoon verantwoorde en passende ondersteuning kan leveren. Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de hulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de hulp in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag: fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf; op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder. Het is verplicht om de modelovereenkomsten van de Sociale Verzekeringsbank te gebruiken, tenzij er sprake is van zorg verleend op basis van een verklaring conform artikel 4.5 lid 2. Het college kan nadere regels stellen aan de beschikbaarheid tot en het gebruik van het persoonsgebonden budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel