Het college kan een persoonsgebonden budget weigeren dan wel intrekken wanneer gebleken is dat:
de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de cliënt het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel heeft gebruikt;
er eerder een persoonsgebonden budget is verleend op grond van de verordening dan wel de hieraan voorafgaande verordening(en) en de cliënt zich niet heeft gehouden aan de bij de verlening van dat eerdere persoonsgebonden budget opgelegde verplichtingen;
de cliënt geen overzicht van de voorgenomen besteding van het te verlenen persoonsgebonden budget (waaruit blijkt dat de ondersteuning veilig, cliëntgericht en doeltreffend is) kan overleggen.
aanpassing van een hulpmiddel, dan wel woningaanpassing, of de dienst die de cliënt inkoopt met het persoonsgebonden budget [niet] adequaat, veilig, cliëntgericht en kwalitatief verantwoord is;
er naar het oordeel van college het ernstige vermoeden bestaat dat de cliënt of degene die cliënt hierbij ondersteunt, problemen heeft bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
de cliënt een mobiliteitshulpmiddel dan wel een roerende voorziening aanvraagt en in een Wlz- instelling verblijft.
de cliënt niet voldoet aan de overige aan het pgb verbonden voorwaarden, genoemd in de Wmo, deze Verordening en/of de nadere regels.
Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.