In het neolithicum veranderde de houding van de mens ten aanzien van de natuur. Veel meer dan daarvoor bracht de mens aanpassingen aan in zijn leefomgeving. Het proces van ‘neolithisering’, de verandering naar een landbouwende samenleving, was lang en complex. Vooral in het begin was sprake van het naast elkaar bestaan van gemeenschappen van jager-verzamelaars en landbouwers. Ook vond het proces niet overal tegelijkertijd plaats. Van het vroeg- en midden-neolithicum in Limburg is het beeld van de zogenaamde Lineair-bandkeramische cultuur (LBK) het meest compleet. Het gaat om de allereerste boeren in Nederland. Deze cultuur, een groep mensen met een gelijke levenswijze, komt voor in een groot gebied. Zuid-Limburg is de noordwestelijke uitloper van dit gebied. Het gaat daar om de vroegste boerensamenleving in de gematigde zones van Europa.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.4
Neolithicum (nieuwe steentijd: 5300-2000 voor Christus)
Onderdeel van Erfgoednota gemeente Voerendaal