Binnen de openbare ruimte werken we aan integrale projecten, waarbij we zoveel mogelijk “werk met werk” maken. In onze begroting zijn de kredieten voor de vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte gebaseerd op beheerplannen. De investeringen kunnen de volgende onderdelen bevatten:
Groen;
Wegen;
Openbare verlichting;
Verkeersregelinstallaties;
Riolering (aparte geldstroom).
In één project worden er in de praktijk dus zowel investeringen gedaan in bijvoorbeeld wegen, riolering en groen. Ook kunnen we vervanging en groot onderhoud combineren (dit zijn verschillende budgetten).
In het zogenaamde Integraal Uitvoerings Programma (IUP) vertalen we de beschikbare ruimte naar integrale projecten. Daarbij hanteren we de volgende financieel administratieve uitgangspunten:
Sturing vindt plaats op het totaal van het project;
We hanteren één investeringskrediet per project waarin we alle componenten opnemen die van toepassing zijn. Daarbij hanteren we de afschrijvingstermijn zoals opgenomen in de tabel. Onderhoudscomponenten projecten splitsen we wel uit per discipline (budget groot onderhoud in de reguliere begroting). Dit doen we op hoofdlijnen.
De werkelijke kosten voor een project verdelen we naar het investeringskrediet en naar de verschillende onderhoudsbudgetten. De verdeelsleutel voor deze verdeling van het project staat op voorhand vast. Dat wil zeggen dat bij het aanmaken van het project de verdeling tussen investering en groot onderhoudsbudgetten wordt bepaald op basis van voorcalculatie en dat dezelfde verhouding wordt gebruikt bij de werkelijke boekingen. Er vindt dus géén nacalculatie plaats op de verdeelsleutel.
Met de investeringsvolumes openbare ruimte kan worden geschoven als deze passen binnen de beschikbare investeringsvolumes van de planperiode van 4 jaar.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.4
Integrale projecten openbare ruimte
Onderdeel van Nota investeringsbeleid 2026