Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.1

Toerekening van interne uren

Onderdeel van Nota investeringsbeleid 2026

Ons beleid is om terughoudend om te gaan met het activeren van eigen uren (ambtelijke salarissen), omdat hiermee salariskosten naar de toekomst geschoven worden. Je gaat dan als het ware salariskosten van een projectleider verdelen over de komende 40 jaar. Er zijn echter specifieke verslagleggingsvoorschriften als het gaat om welke kosten wel en welke kosten niet bij een investeringsproject horen en dus wel of niet geactiveerd moeten worden. Specifiek over personele kosten (salarissen) is het volgende vastgelegd in deze voorschriften: De salariskosten die direct aan een actief zijn toe te rekenen moeten worden geactiveerd. De indirecte salariskosten die behoren tot de toe te rekenen overhead kunnen worden geactiveerd. Gezien ons terughoudende beleid rekenen we aan investeringsprojecten alleen directe salariskosten toe en geen opslag voor overhead. We kiezen voor de volgende uitgangspunten bij het activeren van deze directe salariskosten: Het investeringsplan kent jaarlijks fluctuaties. Voor de toerekening van salariskosten gaan we daarom uit een 4-jaarlijks gemiddelde investeringsniveau. Het bedrag wat we jaarlijks activeren is een gemiddelde op basis van inschattingen van bestede uren. Dit bedrag houden we in die 4 jaar gelijk, zodat we geen schommelingen krijgen in het bedrag wat we jaarlijks activeren. We verdelen dit vaste jaarlijkse bedrag over de projecten via een standaardopslag, waarbij we uitgaan van voorcalculatie = nacalculatie. Bij incidentele investeringen, die niet op het investeringsplan waren opgenomen, passen we maatwerk toe. Afhankelijk van de reden van investering (komt een investering in plaats van andere investering) en/of hiervoor bijv. al extra inhuur plaatsvindt doen we wel of geen standaard opslag op het krediet.

Rechtspraak bij dit artikel