Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3.

Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn. De zoektermijn is op dit moment van 4 weken. Gedurende de zoektermijn dient de jongere op zoek te gaan naar werk of scholing.

Onderdeel van Verzamelbeleidsregel Participatiewet in balans fase 1 gemeente Sluis vanaf 2026 e.v.

Het college maakt in ieder geval gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand voor het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen als bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de Wet, wanneer sprake is van ten minste een van de volgende omstandigheden: de jongere verblijft in een inrichting of heeft recht op opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015; de jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding: in een inrichting verbleven; opvang gehad als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015; of bij een pleegouder of in een gezinshuis verbleven als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, van de Jeugdwet. voor de jongere gold uiterlijk binnen een jaar voorafgaand aan de melding een kinderbeschermingsmaatregel die werd uitgevoerd door een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2.4, van de Jeugdwet; de jongere een zorgbehoefte heeft; de jongere niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen of niet met een woonadres, maar met een briefadres ingeschreven is in de basisregistratie personen; de jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding algemene bijstand ontvangen; de jongere heeft probleemschulden, of schulden die naar het oordeel van het college probleemschulden kunnen worden, als de zoektermijn wordt toegepast; Het college maakt in ieder geval geen gebruik van de bevoegdheid een aanvraag voor algemene bijstand voor het verstrijken van de zoektermijn in behandeling te nemen, als bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de Wet wanneer sprake is van een van de volgende omstandigheden de jongere beschikt over een startkwalificatie; de jongere heeft zich naar het oordeel van het college voorafgaand aan de melding onvoldoende ingespannen om arbeid te verkrijgen of te behouden; de jongere beschikt over een vermogen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Wet, van € 7.770,-.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel