Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1.3

Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen

Onderdeel van Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd

1.. Als meer dan één volledige aanvraag die voldoet aan de eisen van deze regeling, per aangewezen basisontmoetingsplek genoemd onder sub c en d eerste lid van artikel 2.1 wordt ingediend, rangschikt het college de aanvragen voor de Basisontmoetingsplek aan de hand van criteria, wegingsfactoren en verdelingsregels die opgenomen zijn in dit artikel; 2.. Als toewijzing van alle volledige aanvragen die voldoen aan de eisen van deze regeling leidt tot een overschrijding van een deelplafond of het maximaal aantal basisontmoetingsplekken genoemd onder a en b eerste lid van artikel 2.1, rangschikt het college de aanvragen voor dit deelplafond of voor dit stadsdeel of de dorpen aan de hand van criteria, wegingsfactoren en verdelingsregels die opgenomen zijn in dit artikel; 3.. De rangschikking vindt plaats aan de hand van de volgende criteria en wegingsfactoren: De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het gevarieerd activiteitenpakket aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen, en leidt tot een afname, uitstel of afbouw van maatwerkondersteuning (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van het gevarieerd activiteitenpakket dat aantoonbaar bijdraagt aan het ontwikkelen en vergroten van vaardigheden gericht op zelfredzaamheid en samenredzaamheid (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van een herkenbare, laagdrempelige en toegankelijke Basisontmoetingsplek (wegingsfactor 2); De mate waarin de aanvraag is afgestemd met andere sociale voorzieningen in het stadsdeel/dorp met als doel overlap te voorkomen en een gespreid, evenwichtig aanbod te realiseren (wegingsfactor 2); De mate waarin er sprake is van een kostenefficiënte aanvraag waarin aangegeven wordt hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten (wegingsfactor 2). 4.. Per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0: onvoldoende, 1: matig, 2: voldoende, 3: goed, 4: uitstekend. De punten worden vermenigvuldigd met de wegingsfactor die bij het criterium hoort. 5.. Aanvragen die een onvoldoende of slechter scoren op criteria met een wegingsfactor 3 kunnen worden geweigerd. 6.. De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking. 7.. Indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met het hoogst bij elkaar opgetelde aantal behaalde punten op de criteria met wegingsfactor 3 aangemerkt als de hoogste in rangorde. 8.. Indien toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De eerst getrokken aanvraag wordt als hoogste gerangschikt 9.. Indien de rangorde in relatie tot het subsidieplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvragen geen dekkende en evenwichtige spreiding van de basis-ontmoetingsplekken per stadsdeel gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding van de betreffende functie. 10.. Als door het toewijzen van aanvragen een minimale afstand van 500 meter op basis van Google Maps tussen de (gecombineerde) Basisontmoetingsplekken wordt overschreden, dan kan het college de aanvraag met een lager puntenaantal weigeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel