**1..** Alle aanvragen die volledig en op tijd zijn ingediend, worden gescoord op grond van beoordelingscriteria, zoals vermeld in lid 3. Hierbij zijn maximaal 10 punten te behalen. Per criterium kan een aanvraag de score “onvoldoende”, “voldoende” of “goed” krijgen. De criteria zijn gerangschikt van meest naar minst zwaarwegend. De punten van alle criteria worden bij elkaar opgeteld. Zo ontstaat een totaalscore tussen 0 en 10.
**2..** Aanvragen met een totaalscore lager dan 5 worden geweigerd.
**3..** De beoordelingscriteria en het aantal punten dat bij elke score hoort staan in onderstaande tabel. Deze tabel is juridisch bindend.
Een nadere beschrijving op de criteria is opgenomen in bijlage 2. Een rekenvoorbeeld is opgenomen in de toelichting.
Criteria
Onvoldoende
Voldoende
Goed
De mate waarin aanvrager aantoont dat aanvraag bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van Samen voor Overvecht en specifiek aan 2 of meer ambitiedoelen van Samen voor Overvecht.
0
0.8
1.6
De mate waarin aanvrager aantoont hoe de aanvraag bijdraagt aan de subsidiabele activiteiten, welk concreet resultaat wordt bereikt en welk effect wordt beoogd.
0
0.75
1.5
De mate waarin aanvrager aantoont dat er noodzaak voor de activiteiten bestaat.
0
0.7
1.4
De mate waarin aanvrager aantoont in deze aanvraag samen te werken met andere partijen en/of bewonersgroepen in Overvecht: hoe en met wie is afgestemd over de voorgestelde inzet en hoe en met wie gaat aanvrager samenwerken in de uitvoering?
0
0.65
1.3
De mate waarin aanvrager aantoont hoe de subsidieaanvraag aansluit op wat er al in Overvecht gebeurt en op de organisaties die op dit thematische gebied actief zijn.
0
0.4
0.8
De mate waarin aanvrager aantoont op welke doelgroep en/of buurt de activiteiten zijn gericht en hoe deze doelgroep wordt bereikt.
0
0.4
0.8
De mate waarin aanvrager aantoont dat er actieve binding is met de wijk Overvecht.
0
0.35
0.7
De mate waarin aanvrager aantoont dat er draagvlak is voor en behoefte is aan de activiteit bij bewoners, en hoe dit ook tijdens de uitvoering gaat worden getoetst.
0
0.25
0.5
De subsidieaanvrager geeft aan hoe zij leert en ontwikkelt met andere samenwerkingspartners of partijen in de wijk.
0
0.25
0.5
De subsidieaanvrager geeft aan welke kansen zij ziet en wat zij concreet gaat doen voor een structurele borging van de activiteiten na afloop van de subsidieperiode.
0
0.25
0.5
De mate waarin subsidieaanvrager aantoont waarom de voorgestelde kosten noodzakelijk en proportioneel zijn, waarbij ook alternatieve financieringsbronnen worden overwogen.
0
0.2
0.4
**4..** Ten aanzien van aanvragen die op grond van artikel 7, lid 1, letter a zijn ingediend geldt het volgende:
Een team van interne deskundigen beoordeelt de subsidieaanvragen. Het toetsingsteam oordeelt op basis van consensus.
Een aanvraag die is ingediend door een alliantie ontvangt 0,5 punten boven op de totaalscore van lid 1.
In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Asv verdelen burgemeester en wethouders maximaal 80% van het subsidieplafond over de aanvragen die volledig en tijdig zijn ontvangen op volgorde van het hoogste aantal punten.
**5..** Ten aanzien van aanvragen die op grond van artikel 7, lid 1, letter b en artikel 7, lid 2 zijn ingediend geldt het volgende:
In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Asv verdelen burgemeester en wethouders de subsidieplafonds op volgorde van binnenkomst over de volledige aanvragen.
Als een aanvraag krachtens een verzoek conform artikel 4:5 van de Awb is aangevuld, geldt het moment waarop de aanvraag volledig is aangevuld als het moment van binnenkomst.